DutchEnglishFrenchGerman
Kinderen zijn onze toekomst, daar moeten we zuinig op zijn

Jacht op Herman Ploeger, veroordeelde kinderontvoerder in Venezuela (begin)

Gepost op 4 september 2011 | 0 Reacties

Venezuela – Isla de Margarite

Middels een artikel in de Drentse Courant is bij deze een foto van Herman Ploeger binnengekomen met als zijn verblijfplaatsvermelding Playa el Aqua, Isla de Margarite, zijnde een eiland voor Venezuela.

Herman Ploeger zou aldaar werkzaam zijn voor een onderneming uit Emmen die foto’s van vakantiegangers maakt, deze op een ansichtkaart afdrukt en dan naar de diverse adressen, volgens opgaaf van de vakantieganger, zou versturen.

Zoeken op internet liet mij weten dat deze onderneming op Isla de Margarite te koop stond voor hfl. 250.000,= waarop ik direct contact gelegd heb met de eigenaar van deze onderneming, nu verblijvende op Tenerife.

Van deze eigenaar, Jeroen, kreeg ik zowel telefonisch als per e-mail de bevestiging dat Herman Ploeger op dat moment in Playa el Aqua voor hem werkzaam was.

Tevens kon hij mij gedurende dit informatieve gesprek bevestigen dat Herman in zijn appartement, gelegen in La Mira, Residencia Camelamar met als adres Camelamar 11A, verbleef met zijn 2 zonen.

Aan Jeroen heb ik toegezegd dat ik eerst zijn onderneming en werkzaamheden aldaar nader wilde bekijken, alvorens ik tot definitieve afrondende gesprekken zou willen komen. Hiervoor zou ik binnen afzienbare tijd naar Isla de Margarite afreizen, daar ik toch naar Curaçao moest en wel even kon “overwippen”.

Op maandag 19 november 2001 zijn Aneta Szadkwoska en ik op Isla de Margarite aangekomen. Aldaar hebben wij ons als laatste in de rij gevoegd inzake de passencontrole bij binnenkomst.

Vanaf deze positie had ik een uitstekend overzicht over de controle bij binnenkomende vakantiegangers en zicht over de controle bij vertrek naar Nederland, daar beide hallen gescheiden waren door een enkele glaswand.

Bij binnenkomst werd er 3 maal gecontroleerd, 1 maal door de standaard douanecontrole, 1 maal door de Immigratiedienst en 1 maal door Interpol.

In de vertrekhal werd er 4 maal gecontroleerd, 1 maal douanecontrole, 1 maal belastingcontrole, 1 maal Interpol en 1 maal handbagagecontrole.

Al snel werd mij duidelijk dat door deze strenge controle het onmogelijk was om beide kinderen “illegaal” het land uit te voeren, dus ik moest op zoek gaan naar een legale weg, alhoewel dit extreem moeilijk zou worden i.v.m. de voor mij onbekende wetgevingen van Venezuela.

Tussen de binnenkomende vakantiegangers liepen ter observatie diverse medewerkers/sters van de immigratiedienst rond en ik heb één van hen in het Engels aangesproken.

Deze medewerker verwees mij naar het kantoor van deze Immigratiedienst, alwaar ik te woord werd gestaan door Leo Ramirez werkzaam bij deze dienst.

In het kort heb ik hem geïnformeerd over de intentie van ons bezoek naar dit eiland en hem inzage gegeven in de beschikking van de Rechtbank te Assen, welke ik door een beëdigd vertaler in het Spaans heb laten vertalen.

Leo Ramirez heeft ons toen geïntroduceerd bij het hoofd van de afdeling Immigratie en middels de vertolking van Leo heb ik dit hoofd volledig geïnformeerd over de ontstane situatie, het verblijf van Herman Ploeger op Isla de Margarite, de eerdere ontvoeringen van beide kinderen en dan nu de ontvoering van deze kinderen naar dit eiland.

Het hoofd van deze Immigratiedienst (een vrouw) had direct begrip voor onze missie en gaf Leo Ramirez de opdracht om ons volledig bij te staan gedurende deze repatriëringactie.

Herman Ploeger werd dan ook direct in hun computersysteem vermeld waardoor hij middels de legale wegen het eiland niet meer zou kunnen verlaten.

Leo Ramirez zegde ons toe dat als wij de kinderen hadden, wij ons tot hem konden vervoegen en dat hij ervoor zou zorgdragen dat wij de benodigde stempels in de paspoorten van beide kinderen zouden krijgen, zodat wij legaal het land zouden kunnen verlaten.

Op dinsdagochtend, 20 november 2001, heb ik Herman Ploeger gezien en aangesproken bij één van de strandtenten op het strand van Playa el Aqua. Aldaar heb ik gezegd wie ik ben en dat ik hem later in de week nog zou benaderen om zijn werk en het bedrijf nader te bekijken.

In de middaguren hebben wij een geblindeerde taxi genomen en hebben wij het appartement van Herman Ploeger van buiten bekeken en een aantal foto’s gemaakt rond het huis.

Tevens hebben wij de crèche gezocht waar Herman beide kinderen van 09.00 uur tot 16.00 uur iedere dag achter zou laten om zijn werk op het strand te kunnen doen. Deze school werd gevonden en lag ongeveer 5 minuten autorijden vanaf het appartement.

Gedurende de avond-/nachturen ben ik met een huurjeep wederom naar Residencia Camelamar gereden om een goed inzicht te krijgen van de situatie rond het appartement.

Mij bleek dat het nagenoeg onmogelijk was om onopvallend het terrein te betreden, daar dit wooncomplex voor de helft op de top van een heuvel ligt, waar dan een hoog metaal hekwerk geplaatst was en de andere helft (het dalende gedeelte van de heuvel) horizontaal gemaakt was door gestort beton, wat een muur oplevert van ongeveer 3 tot 4 meter hoogte.

Daarbij kon ik ook nog waarnemen dat gedurende de avond- en nachturen er bewaking rond liep, welke in het bezit zijn/waren van schrootgeweren (riotguns), dit ter voorkoming van criminaliteit door groeperingen van criminelen die op het eiland actief zijn en daags daarvoor o.a. ons hotel hadden overvallen.

Op woensdagochtend, 21 november 2001, zijn wij omstreeks 08.00 uur wederom naar Camelamar gegaan om te observeren wat Herman gedurende zijn ochtenduren doet, dit i.v.m. het wegbrengen van de kinderen etc. etc.

Om 08.45 uur vertrok Herman Ploeger vanaf het terrein van Camelamar, waarbij wij de oudste van de 2 kinderen (Tim) uit het raam van de auto zagen hangen. Op dat moment besloot ik toch om hem niet te volgen, daar ik pas aan het begin van de 15 actiedagen stond en ik de benodigde stempels nog niet geregeld had om legaal het land uit te kunnen komen met Aneta en de kinderen.

Het risico van “herkenning” c.q. het kweken van achterdocht bij Herman was voor mij op dat moment een nog te groot risico.

Achteraf blijkt dat Herman inmiddels (hoogstwaarschijnlijk) vanuit Nederland getipt was dat er een “rescueteam” op het eiland zou aankomen om de kinderen naar Nederland te repatriëren.

Op deze dag heeft hij de kinderen bij een “vriend” (Patrick) in Porlamar (Residencia 4 de Mayo aan de Av. 4 de Mayo nummer 245) ondergebracht, waarbij hij aan deze vriend het verhaal vertelde dat de Poolse Maffia achter hem aanzat en dat hij zo snel als maar mogelijk was moest verdwijnen.

Dezelfde ochtend zijn wij doorgereden naar het vliegveld in Porlamar om een gesprek met Leo Ramirez aan te gaan. Ik heb hem vertelt over de locatie en dat ik niet zonder politiebegeleiding dat terrein kon betreden om de kinderen “over te nemen”.

Nadat Leo wederom met het hoofd Immigratie had overlegd, heeft hij ons meegenomen naar een strafrechter in Porlamar, de heer Eudoman Cedeño, die tegen betaling van 1000 US Dollar op de afgesproken plaats in een Chinees restaurant zijn recht sprak, alwaar hij op dat moment aanwezig was met een “Officier van Justitie” en een “Griffier”.

Na deze “rechtzitting” kregen wij te horen dat wij een uur later terug moesten komen voor de verder afhandeling van deze zitting. De afhandeling bestond uit het bericht dat ik de rekening van deze heren maar even moest betalen en dat Eudoman Cedeño gedurende de komende dag en nacht voor alle benodigde papieren zou zorgen om gezamenlijk met de Guardia Civil het terrein te mogen betreden.

Na druk telefonisch overleg tussen Leo Ramirez en Eudoman Cedeño kwam het bericht naar voren dat er ook nog een beslissing van een familierechter benodigd was om de zaak waterdicht te regelen.

Leo Ramirez kon tegen betaling van 50 US Dollar zorgdragen voor een afspraak met de juiste rechter de volgende ochtend om 14.00 uur.

Zoals toegezegd zaten wij de volgende ochtend, donderdag 22 november 2001, om 14.00 uur op het “Tribunal Fiscal” (Familierechtbank) te La Ascusion / Isla de Margarite. Aldaar ook aanwezig Leo Ramirez , Eudoman Cedeño en Carlo Rodriques (de familierechter).

Na lang heen en weer gepraat was Carlos Rodriques (telefoon XXXXXXXXXXXXX op Isla de Margarite) genegen om tegen betaling van 250 US Dollar het benodigde gerechtelijke bevel op papier te zetten, aldus plaatsgevonden.

Met dit bevel en de uitspraak van Eudoman Cedeño zijn wij naar het hoofdbureau van politie (Guardia Civil) gegaan in Porlamar, waarbij ik onderweg nog even kwam te horen dat Eudoman Cedeño nogmaals 4000 US Dollar wenste te ontvangen inzake zijn bemoeienissen voor deze zaak en datgeen wat nog mag gaan volgen inzake het omkopen van politieautoriteiten etc.

Op dit hoofdbureau heeft Aneta aangifte van ontvoering gedaan ingevolge de wetgeving van Venezuela en met beide, eerder vermelde gerechtelijke bevelen, op zak werd ons toegezegd door de aanwezige commissaris aldaar dat tegen betaling van de benodigde “commissie” er direct actie ondernomen zou worden.

Middels beide bevelen en de gedane aangifte kregen wij het benodigde “blauwe briefje”, waarin vermeld staat dat Herman Roelf PLOEGER ook middels de wetgeving van Venezuela beide kinderen moet overdragen aan Aneta Szadkowska, dit mede ingevolge de beschikking van de Rechtbank in Assen.

Leo Ramirez vroeg mij om even mee naar buiten te komen en aldaar vroeg hij mij om 1000 US Dollar, zodat deze commissaris zijn provisie kon krijgen en de benodigde manschappen kon vrijmaken om mee naar Camelamar te gaan.

Helaas kon ik op dat moment niet meer dan 30.000 Bolivar (ongeveer hfl. 100,=) afdragen, daar ik niet met zulke grote bedragen op zak loop.

Gelijktijdig op dat moment bleek er een geldwagen te zijn overvallen, waardoor er op dat moment toch niemand vrij gemaakt kon worden, dus wij zijn terug naar ons hotel gegaan.

Ik heb Leo Ramirez nogmaals verzocht om aan Eudoman Cedeño na te vragen of hij het wel goed verstaan had dat hij nogmaals 4000 Dollar van mij wilde ontvangen en of hij zich niet vergiste met 400 Dollar.

Vrijdagochtend 23 november 2001 hebben wij Herman Ploeger nog in de nabijheid van zijn appartement zien lopen, doch beide kinderen niet meer kunnen waarnemen.

Omstreeks het middaguur hadden wij wederom een afspraak met Leo Ramirez en deze vroeg of ik al 4000 US Dollar geregeld zou hebben om dit aan Eudoman Cedeño te geven. Ik zei hem nogmaals of hij dit bedrag wel goed verstaan had, waarop hij bevestigend antwoordde. Hierop heb ik hem toegezegd dat ik alles in het werk zou stellen om aan dit geld te komen.

Leo benadrukte nogmaals als dit geld niet op tafel kwam Eudoman Cedeño mij kon laten opsluiten in de locale gevangenis aldaar. Wetende dat er hier over smeergelden gesproken werd en niet over enige legale transactie maakte dit weinig indruk op mij, daar de Nederlandse Ambassade in Carácas hier wel raad mee weet en dit heb ik ook tegen Leo gezegd, maar om hem en Eudoman Cedeño te goeder trouw te houden (daar hij toch wel DE strafrechter op Isla de Margarite is) nogmaals toegezegd alles in het werk te stellen om dit geld bijeen te krijgen.

Op maandag 26 november 2001 moesten wij weer bij Carlos Rodriques in La Ascucion (Familierechtbank) verschijnen, daar hier nog een formulier gehaald moest worden, welke ondertekend diende te worden door het hoofd van het Tribunal de Protection / Restitucion Guarda (Kinderrechter Venezuela).

Helaas bleek deze dag in dit deel van La Ascusion een feestdag te zijn, waardoor wij voor niets naar dit plaatsje gereden zijn.

Eigenlijk tegen beter weten in zijn wij naar het Paleis van Justitie om te kijken of wij daar desbetreffende rechter konden traceren. Aneta mocht vanwege haar “toeristische” kleding het Paleis niet binnen, doch ik ben alle etages (12) af gaan zoeken naar Carlos Rodriques.

Helaas heb ik hem niet kunnen traceren en werd buiten door Aneta aangesproken dat Carlos Rodriques zojuist door een achterdeur het Paleis binnen was gegaan. Aneta heeft getracht Carlos aan te spreken, doch na een blik van herkenning is hij snel doorgelopen.

Nadat ik wederom het Paleis ben binnengegaan zag ik Carlos op de 4e etage uit een goederenlift komen en snel een kantoor binnenschieten. Na vrijwel alle deuren van deze etage geopend te hebben om hem te traceren, trof ik hem aan op het kantoor van de Kinderrechter.

Aldaar heb ik hem in het engels toegesproken, en nu bleek hij wel engels te verstaan. Na overleg met de kinderrechter werden er een aantal formulieren ondertekend welke betrekking hadden op deze zaak en Carlos zou deze aan de Guardia Civil overdragen als ik wederom 250 US Dollar commissie zou betalen.

Inmiddels kreeg ik meer dan zat van al die omkooppraktijken en de lakse houding van al die opsporingsinstanties in Venezuela. Voor een Europeaan is deze manier van het kopen van je rechten onbegrijpelijk, handen vol geld kwijt en nog geen kinderen, dit ondanks ALLE toezeggingen van de diverse rechters en politie-autoriteiten, maar heb dit geldbedrag alsnog aan hem uitbetaald.

Op de terugweg ben ik samen met Leo Rodriques, die wij van zijn bijbaantje als leraar Engels van zijn school hadden opgepikt, naar de Policia Local gegaan in Playa el Aqua en daar aan een engels sprekende “agent” uitgelegd wat er de afgelopen week allemaal had plaatsgevonden, wie ik allemaal al betaald had en wat ik daarvoor teruggekregen heb.

Leo Ramirez mocht bij dit gesprek niet aanwezig zijn en werd het kantoor van de aanwezige commissaris uitgestuurd.

Hij heeft de in het Spaans vertaalde Nederlandse beschikking en het blauwe briefje gelezen en direct zijn hulp toegezegd als ik ook het schrijven van het Tribunal de Protection in mijn bezit had.

Nog een paar dagen en dan moesten wij volgens de planning alweer terugvliegen naar Nederland en alle juridische wegen waren nog niet afgerond om legaal met Aneta en de kinderen het land te kunnen verlaten.

Een eigenhandige actie om de kinderen bij Herman weg te nemen zou een uiterst ondoordachte handeling geweest zijn, want NIEMAND maar dan ook NIEMAND is in dit land te vertrouwen.

Als ik zelfstandig beide kinderen bij Herman zou weghalen, dan zou het niet onmogelijk geweest zijn dat Aneta en ik aldaar in de gevangenis zouden belanden. Ik ben ook verantwoordelijk voor Aneta, dus dit plan moest ik echt niet uitvoeren.

Vandaag kwam ook nog een confrontatie met Eudoman Cedeño, want hij zat op zijn 4000 US Dollar te wachten en ik moest hem “te vriend” houden, omdat hij de paspoorten van de beide kinderen nog in zijn bezit had en deze van wezenlijk belang waren.

Zonder het aan ook maar iemand kenbaar te maken zijn wij naar Porlamar gereden en op zoek gegaan naar de rechtbank waar Eudoman Cedeño dagelijks aanwezig zou zijn. Wij waren daar 1 maal eerder geweest voor een kortstondig bezoek en dit pand was echt moeilijk te vinden toentertijd, zelfs Leo Ramirez wist het niet te vinden.

Ik kon mij herinneren dat het een zijstraat was van een zijstraat van de Av. 4 de Mayo, doch dat is één van de langste winkelstraten in het centrum van Porlamar.

Mijn fotografische geheugen bleek zijn werk weer gedaan te hebben en binnen no-time stonden voor het kantoor van Eudoman Cedeño. Helaas was hijzelf niet aanwezig, maar wel die Officier van Justitie die wij eerder in het Chineze restaurant hebben gezien.

Met handen en voetenwerk heb ik aan hem kenbaar gemaakt dat wij Eudoman wilde spreken om nog het e.e.a. met hem af te handelen.

Deze O.v.J. heeft toen telefonisch contact met Eudoman opgenomen en na een heftig telefonisch gesprek werd ons kenbaar gemaakt om een uur later terug te keren, want dan zou Eudoman weer aanwezig zijn.

Jawel, een uur later kwam Eudoman haastig naar binnengelopen en uiterst toevallig volgde Leo Ramirez van de Immigratiedienst in zijn spoor. Beiden waren zichtbaar niet verheugd dat wij deze plaats weer teruggevonden hadden.

Ik gaf aan Leo door dat wij Eudoman bedankten voor zijn inzet, doch dat al zijn toezeggingen, ondanks de gedane betalingen, op niets waren uitgelopen en dat ik nu spijkers met koppen wilde slaan.

Zodra Leo dit aan Eudoman had doorgegeven werden wij haastig naar buiten gebracht, waar het gesprek op het trottoir werd voortgezet. Daar liet ik weten dat ik graag alle documenten, welke o.a. eigendom van de Staat der Nederlanden zijn, in mijn bezit terug wilde hebben.

Eudoman liet weten dat hij deze in zijn koffertje in de auto had laten leggen waarop ik zei dat hij deze dan maar even moest gaan halen alvorens wij tot een “afronding” konden komen.

Terwijl Eudoman weg was liet ik Leo tussen neus en lippen weten dat ik inmiddels contact had gelegd met de Ambassade in Carácas en dat zij veel belangstelling hadden voor de wijze waarop wij werden “geholpen” door de diverse autoriteiten op het eiland (dit was natuurlijk blufpoker maar hij trapte erin).

Toen Eudoman terug was ontstond er een hevige discussie tussen hem en Leo, waarbij dodende blikken mijn kant op werden geworpen. Eudoman gaf mij ALLE documenten en liet middels Leo vragen of hij zijn geld mocht ontvangen.

Ik had 100.000 Bolivares (Hfl. 350,=) apart gehouden en stopte dit in de handen van Eudoman, die heel verbaast keek want hij had 4000 US Dollar verwacht. De stomverbaasde Leo vroeg mij waarop ik maar 100.000 Bolivares afdroeg daar de afspraak 4000 US Dollar was.

Mijn antwoord was kort en simpel, Eudomar heeft Aneta meerdere malen beloofd dat zij haar kinderen de volgende dag zou krijgen en tot op heden is er van alles gebeurd, maar geen kinderen bij Aneta.

Daarna heb ik beide heren de hand geschud en zijn wij weggegaan.

In het hotel aangekomen zaten wij eigenlijk een beetje vast en wisten wij niet wat nog te doen, daar wij binnen een paar dagen weer naar Nederland zouden afreizen.

Wij raakten in gesprek met een werknemer van het hotel en vertelde hem kleine details van datgeen waarvoor wij op het eiland aanwezig waren en wat wij tot op dat moment gedaan hadden.

Direct nam hij ons mee naar een relatie van hem, welke hoofd van de strandpolitie is, en legde het probleem aan hem voor. De strandpolitie kende Herman persoonlijk, hij stond bekend als “The German” en zij kende beide kinderen ook.

Daar dit hoofd van de strandpolitie de engelse taal niet machtig was, werd er een tolk gehaald, in deze Luis -eigenaar van de bar El Pirata- een Canadees die sinds jaar en dag op het eiland in de horeca actief is.

Na het hele verhaal gedaan te hebben, werd ons gezegd de volgende ochtend, dinsdag 27 november 2001, rond 10 uur bij de strandpolitie te komen om de zaak verder door te spreken met de Burgemeester van Playa el Aqua.

Op het kantoor van de Burgemeester werd nogmaals het hele verhaal naar voren gebracht, waarna deze in kort gesprek ging met één of andere “wethouder” aldaar.

Nog geen 10 minuten later werden wij geïntroduceerd bij de advocaat van de gemeente Playa el Aqua, dhr. Dr. Carlos Sánchez van Grupo Juridico Vindex.

Nadat ook deze alle stukken had doorgenomen zegde hij ons toe diezelfde dag alle stukken bij de Rechtbanken op te halen om stappen te ondernemen. Hiervoor moesten wij ons de volgende ochtend om 11.00 uur melden op zijn kantoor in Porlamar.

Ondanks alle goede intenties voelde ik hier weer een lange weg van juridische rompslomp ontstaan, waarbij het eindresultaat nagenoeg hetzelfde zou gaan worden als alle andere officiële wegen, steekpenningen, smeergeld etc. zonder resultaat.

Wat wel direct werd ondernomen is dat Herman Ploeger NIET meer mocht werken op het eiland, daar hij o.a. in Nederland gesignaleerd stond voor kinderontvoering en nu ook in Venezuela.

Luis zag aan mij dat ik geen vrede had met deze ambtelijke weg en nam ons mee naar een relatie van hem, zijn Commissaris Franco van de DISIP (Terroristenbestrijding) in Porlamar.
Ook deze las alle stukken door en zegde toe direct actie te ondernemen daar men in Venezuela geheel geen respect heeft voor kinderontvoerders.

Herman Ploeger werd ook binnen dit Korps als gesignaleerd in de computer ingevoerd en hij zou 25 jaar gevangenisstraf tegemoet kunnen zien als hij door enige opsporingsinstantie van Venezuela opgepakt zou worden.

Wij moesten wachten op een telefoontje in ons hotel wanneer zij het huis zouden gaan bestormen, zodat ik daarbij zou kunnen zijn om Herman Ploeger en de beide kinderen te kunnen herkennen.

Op de terugweg ben ik gestopt bij de locale politie in Playa el Aqua en heb daar met de engels sprekende agenten de hele zaak doorgesproken en die zagen de bui ook alweer hangen.

Aneta moest op het bureau blijven en ik ging mee in de surveillanceauto de stranden afzoeken naar Herman.

Als ik Herman zou herkennen dan zou ik een stukje verder uitstappen om vervolgens Herman “uit te schakelen” waarop zij hem zouden arresteren en voor 7 dagen vastzetten, waarna wij de kinderen uit het huis konden halen en naar Nederland afreizen.

We hebben 2 dagen naar Herman gezocht, doch hij was nergens meer te traceren.

Op de dag van ons vertrek, donderdagochtend 29 november 2001, kregen wij het bericht binnen dat de DISIP omstreeks 10.00 uur de woning van Herman Ploeger zou gaan bestormen ter ontzetting van de kinderen.

Om 12.00 uur (tijdstip van ons vertrek uit het hotel naar het vliegveld) kwam het bericht binnen dat een rechter (Carlos Rodriques) de actie gestaakt had en nu de toezegging gegeven had dat deze om 16.00 uur mocht plaatsvinden als de kinderen zeker thuis van school waren.

Met Aneta besloten wij om NIET naar Nederland terug te reizen en af te wachten wat er zou gebeuren.

Inmiddels hadden wij ons via een relatie van Luis (de Canadees) in een ander hotel ingecheckt en daar zitten wachten tot 20.00 uur op enige actie.

Wederom bereikte ons het bericht dat de DISIP dit werk niet mocht doen, daar zij hiertoe niet gemachtigd waren.

De volgende ochtend heb ik telefonisch contact gelegd met Q-International, onze reisorganisatie in Porlamar, om onze tickets voor de eerst volgende vlucht om te zetten.

De manager aldaar gaf te kennen dat nog een aantal Nederlanders opzoek naar Herman waren en dat hij hen doorgegeven heeft dat ook wij zoekende waren naar Herman en de rede waarom.

Één van deze Nederlanders (Winnie) was hevig ontdaan over het feit dat de moeder van beide kinderen op het eiland was, omdat Herman tegen een groep Nederlanders – op dit eiland woonachtig – gezegd had dat de moeder van de kinderen ongeveer een jaar geleden AAN KANKER OVERLEDEN WAS.

Groot was haar verbazing dan ook dat deze overleden moeder nu in levende lijve op het eiland aanwezig was.

Bij Winnie en Jan aangekomen werden er diverse telefoontjes naar andere Nederlanders verricht en daar liepen de verhalen over Aneta uiteen van het overleden zijn aan kanker tot haar vermeende lidmaatschap van de Poolse Maffia.

Het net van leugens rond Herman begon zich te sluiten, nu kon hij ook niet meer bij de Nederlanders aankloppen voor eventuele hulp want de doodgewaande moeder was op het eiland aanwezig.

Winnie had een sleutel van de woning van Herman, waarop wij deze woning dan ook betreden hebben.

Zelden heb ik zo een vieze rotzooi aangetroffen als in deze woning. De kinderen sliepen met matrassen op de grond tussen de kakkerlakken in die zeker minimaal 3 tot 5 cm groot waren.

De vogel was gevlogen, maar waar naar toe? Hij had de auto, de mobiele telefoon en de computer van zijn werkgever meegenomen en was met de Noorderzon vertrokken.

Het telefoontoestel wat in dit appartement aanwezig was had nummerherhaling waardoor ik het laatste nummer kon bellen. Dit bleek een zekere Patrick te zijn, woonachtig in Porlamar en van Nederlandse afkomst.

Winnie kende deze Patrick ook en vroeg domweg of hij wist waar Herman en de kinderen zaten.

Deze Patrick verklaarde dat Herman hem gebeld had met het bericht dat zijn Oma overleden was en dat hij zo snel mogelijk naar Nederland moest afreizen voor de begrafenis (dit terwijl deze Oma al 7 maanden daarvoor overleden was).

Wij zijn direct naar het adres van Patrick in Porlamar gereden (Av. 4 de May 245) om hem persoonlijk aan de tand te voelen.

In eerste instantie deed Winnie het woord, maar ik merkte dat hij vreselijk zat te liegen. Ik wees hem erop dat hij op de 24e etage van deze flat woonde en ik nu voor eens en altijd de waarheid wilde horen, anders zou ik niet voor mijzelf instaan.

Patrick sloeg om als een blad en vertelde dat Herman op of rond de 21e bij hem geweest was om zijn kinderen te droppen met het verhaal dat de Poolse Maffia achter hem aanzat en hij van alles moest regelen om het eiland af te komen.

Volgens Patrick heeft Herman in de avonduren de kinderen weer opgehaald en heeft hij, volgens zijn zeggen, voor het laatst contact met Herman gehad op zaterdag de 24e, omdat Herman geld wilde ophalen bij de Western Union Bank, wat uit Nederland gestuurd was maar deze bank was op zaterdag gesloten.

Patrick schijnt toen gezegd te hebben dat maandag, 26 november 2001, de eerste dag zou zijn dat hij weer geld kon halen bij de bank.

Deze Patrick zou tevens door DHL gebeld zijn of hij garant stond voor de verzending van een lap-topcomputer naar Georgetown in Guyana, daar de heer Ploeger deze computer aldaar naartoe wilde verzenden. De kosten hiervan zou 365 US-Dollar bedragen.

Achteraf blijkt dit verhaal ook niet geheel te kloppen, want Herman had geen lap-topcomputer, doch een desktop computer die hij samen met zijn werkgever (Jeroen) had gekocht.

Inmiddels waren alle officiële instanties voorzien van de juiste paspoortgegevens van Herman, daar wij de beschikking over een kopie van dit paspoort hadden gekregen.

Op zaterdag 1 december 2001 ben ik nog verscheidene uren met de politie surveillance meegereden opzoek naar Herman, doch geen spoor van hem mogen vinden.

Gedurende middag-/avonduren zijn wij met Winnie en Jan naar de ferryhaven en luchthaven gereden om te kijken of hij daar mogelijk de jeep had achtergelaten die hij van Jeroen ontvreemd had, doch zonder succes.

Hij moest dus nog op het eiland zijn, want deze auto is een puerto libre auto, d.w.z. een belastingvrije auto die het eiland niet af mag en daar kwam ook nog bij, Herman heeft geen papieren van deze auto, dus een grenspassering met deze auto was helemaal onmogelijk.

Op zondagochtend 2 december 2001, hadden wij een afspraak met Insp. Lopéz van de Inlichtingendienst van Venezuela. Wij hebben tot 16.00 uur zitten wachten, doch hij verscheen niet op zijn afspraak daarom zijn wij de volgende ochtend naar Porlamar gereden en hebben, met vertaalhulp van Luis, de inlichtingenofficier kopieën van alle documenten gegeven, waarop hij ALLE grenzen voor Herman Ploeger gesloten heeft middels een telexbericht.

Nu kon Herman nergens meer naar toe want hij stond overal in de computer als kinderontvoerder gesignaleerd, te weten:

1. Bij de immigratiediensten op de luchthaven en ferryhaven;
2. Bij de Guardia Viciel;
3. Bij de Policia Local;
4. Bij de Strandpolitie;
5. Bij de gemeentelijke overheid van Playa el Aqua;
6. Bij de DISIP (anti-terroristeneenheid en luchthavenbewaking);
7. Bij de strafrechter;
8. Bij de familierechter;
9. Bij de kinderrechter;
10. Bij ALLE taxichauffeurs op het eiland;
11. Alle strandtenthouders van Playa el Aqua.

Als laatste moest ik nog een ingang vinden bij Interpol op Isla de Margarite doch dat kon alleen op de dag van vertrek op de luchthaven.

Inmiddels heeft Winnie namens Jeroen aangifte gedaan van diefstal van de eigendommen van Jeroen, zodat Herman nu ook voor deze strafrechtelijke zaken door de officiële opsporingsinstanties van Venezuela gezocht wordt.

Op de dag van vertrek heb ik Herman Ploeger aangemeld bij Interpol op de Luchthaven en deze hebben hem ook direct in hun systeem gezet voor kinderontvoering.

Het net Rond Herman sluit zich nu langzaam. Hij heeft geen geld, mits hij door zijn familieleden in Nederland financieel ondersteund ziet, en mijn inziens plegen zij hiermede dan ook een strafrechtelijke misdrijf in Nederland door het medewerking verlenen aan een internationale kinderontvoering.


Laat een reactie achter.





*