DutchEnglishFrenchGerman
Kinderen zijn onze toekomst, daar moeten we zuinig op zijn

RvdK 1

Cliëntenadvies

De Raad voor de Kinderbescherming gezien vanuit het standpunt van de cliënt

Als ouders gaan scheiden en het zelf niet eens kunnen worden over een gezag- en omgangsregeling, kan via de rechter de hulp van de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeroepen.

Zittingsvertegenwoordiging

Op de rechtszitting voor de voorlopige voorzieningen is de Raad voor de Kinderbescherming (Raad) niet vertegenwoordigd, tenzij uitdrukkelijk verzocht. In alle overige rechtszittingen is Raad vertegenwoordigd wanneer het gaat over kind en omgangsregeling.

De Raad wordt vertegenwoordigd door een raadsmedewerker die daarvoor speciaal is opgeleid en wordt gecoached door een jurist. Casuïstisch overleg tussen de raadsmedewerker en de rechter buiten de zitting is niet toegestaan (ref.1). Derhalve dient een raadsmedewerker tegelijk met de gedaagden de rechtszaal te betreden en te verlaten.

Taak Raad voor de Kinderbescherming.

Bij (echt)scheiding- en omgangszaken heeft de Raad voor de kinderbescherming voorlopig een viertal taken.

  1. Raadsondersteuning ter zitting (ROTZ)
  2. Onderzoek en advies
  3. Beschermingsonderzoek
  4. Begeleiding in omgangszaken

(Omgangsbemiddeling en omgangsbegeleiding horen in principe niet tot het takenpakket van de Raad zoals in de Nederlandse wet staat omschreven. Volgens de Europese wet heeft de Staat wel de plicht om omgang te effectueren, in mate van het mogelijke. Omgangsbemiddeling, omgangsbegeleiding en omgangshuis worden soms geheel, soms geheel of in samenwerking uitgevoerd door kinderbescherming, maatschappelijk werk en/of jeugdzorg.)

Raadsondersteuning ter zitting.

Inmiddels hebben de meeste vestigingen van de Raad voor de Kinderbescherming de mogelijkheid van raadsondersteuning ter zitting (ROTZ). Als ouders nog geen overeenstemming heben over de regelingen voor de kinderen bekijkt de rechter tijdens de rechtszitting of een bemiddelingsgesprek zinvol kan zijn. De zitting kan voor dit bemiddelingsgesprek worden geschorst. De Raad en de ouders trekken zich terug in een aparte ruimte. Na afloop van het bemiddelingsgesprek wordt het resultaat aan de rechter meegedeeld. Bij sommige rechtbanken wordt de het bemiddelingsgesprek binnen een week na de rechtszitting uitgevoerd.

In één soms twee bemiddelingsgesprekken probeert men de ouders tot afspraken te laten komen over de verblijfplaats en omgang van de kinderen. In die gevallen dat de rechter deze ROTZ geschikt acht is het in 60/70% van de gevallen succesvol.

Onderzoek en advies.

Wanneer ouders er samen niet uitkomen over het gezag, de verblijfplaats en/of de omgangsregeling verzoekt de rechter aan de Raad voor de Kinderbescherming om advies uit te brengen. Het onderzoek van de Raad start in principe altijd met het gezamenlijk uitnodigen van de ouders en met een bemiddelingsaanpak. Het idee hierachter is dat ouders ook na een scheiding zelf verantwoordelijk zijn voor het maken van goede afspraken rondom hun kinderen.

Als de bemiddeling slaagt volstaat de Raad met het schriftelijk informeren van de rechter over de overeenstemming die ouders hebben bereikt. Als dit niet lukt, wordt overgegaan tot de fase van ‘nadere informatieverzameling en advisering’. Dit leidt uiteindelijk tot een advies aan de rechter over de mogelijkheid van en vormgeving van het gezag en de omgang. Om de adviesfunctie uit te oefenen, kan de Raad voor de Kinderbescherming een deel van het onderzoek door een externe deskundige laten uitvoeren. In die gevallen wordt psychologische en/of psychiatrische deskundigheid ingeschakeld.

Over Raadsinbreng en Raadsonderzoek. Wat te verwachten?

Onderzoeksprocedure.

Het raadsonderzoek start binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag van de rechter. De gemiddelde doorlooptijd van dit onderzoek is nu 155 dagen. De totale onderzoeksprocedure is gewoonlijk negen maanden. Na ontvangst van het raadsrapport door de rechtbank duurt het nog eens drie maanden voor er een nieuwe rechtszitting plaatsvindt.
Dat betekent dus dat u inmiddels één jaar verder bent.

Tip: Voorkom dat uw zaak onnodig lang blijft liggen. Een lange wachttijd is slecht voor het tot stand komen van een omgangsregeling. Dring aan op snelheid. Eventueel kan uw advocaat een brief naar de Raad en/of rechtbank sturen als de wachttijden worden overschreden.

Uitnodiging onderzoek.

De schriftelijke uitnodiging voor het raadsonderzoek bevat gewoonlijk niet meer dan datum en tijd. Het is verstandig om direct na ontvangst van de uitnodiging een brief terug te schrijven en de kinderbescherming te vragen om de onderzoeksvraagstelling schriftelijk te mogen ontvangen zodat u zich beter kunt voorbereiden.

Vraagstelling onderzoek.

De vraagstelling van het onderzoek is nogal eens negatief geformuleerd. “Zijn er zwaarwegende argumenten die omgang in de weg staan…” Deze formulering is een gevolg van de wet die vraagt om eventuele ontzeggingsgronden. Het wekt bij de ouders de indruk dat de Raad op zoek is naar redenen om een ouder te diskwalificeren als ouder.

Gelukkig zijn er ook rechters die de vraag positief formuleren: “Wat zijn de mogelijkheden om een omgangsregeling te doen uitvoeren.” Met deze benadering handelt men meer in de geest van de wetgever die de bescherming van het contact van kind en ouder voorstaat.

Uitvoering van het onderzoek.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door twee raadsmedewerkers onder verantwoordelijkheid van een praktijkleider of een unithoofd. Er volgen meestal 2 tot 3 bijeenkomsten. Als eerste worden beide ouders uitgenodigd voor een gezamenlijk gesprek met de bedoeling eerst een bemiddelingsronde te doen. Mocht een van de ouders niet bezwaar maken tegen een gezamenlijk gesprek dan wordt eerst de moeder gehoord en later de vader. Soms worden ook de kinderen gehoord.

Desgewenst wordt informatie bij derden ingewonnen. U kunt zelf iemand voorstellen, maar de Raad beslist zelf wie zij wil horen. De Raad stelt een verslag op van hetgeen zij heeft gehoord. U wordt daarna opnieuw uitgenodigd en het concept rapport wordt voorgelezen. U wordt dan geconfronteerd met de verklaringen van alle partijen. Na voorlezing krijgt u het raadsrapport mee naar huis. U heeft het recht om uw schriftelijk commentaar in te dienen. Dat commentaar wordt niet in het rapport verwerkt maar er los aan toegevoegd.

Proefcontact.

In het kader van het raadsonderzoek kan er een proefcontact plaatsvinden tussen kind en niet-verzorgende ouder. Vorm en inhoud staan in het algemeen niet van tevoren vast. Proefomgang vindt meestal plaats in een speciaal ingerichte ruimte (spelkamer) in het gebouw van de Raad voor de Kinderbescherming onder begeleiding van een raadsmedewerker. De spelkamer is voorzien van een grote spiegel die aan een zijde doorzichtig is en er is een intercom. Zo kan het contact tussen kind en ouder vanuit een andere kamer worden geobserveerd.

Opstelling raadsmedewerker.

Op grond van het geldende beleid mag van een raadsmedewerker een actieve en volhardende probleem- en oplossingsgerichte werkhouding worden verwacht, waarin zo enigszins mogelijk beide ouders actief worden betrokken. De raadsmedewerker dient zich dus niet te beperken tot het kennisnemen van de standpunten en de houdingen van partijen.

Waarheidsvinding.

In principe is het onderzoek niet gericht op waarheidsvinding maar om inzicht te krijgen Het is van belang om een goede visie op het huwelijk en de echtscheiding te krijgen. Vaak zijn er twee waarheden waarbij het van belang is dat beide ouders elkaars visie leren kennen. Regelmatig worden er tijdens raadsonderzoeken bizarre verhalen vertelt die soms zo bizar zijn dat ze voor een oppervlakkige luisteraar wel waar moeten zijn.

Daarom klinkt al jaren de roep om waarheidsvinding. Onlangs is het voorstel gedaan om daarvoor een recherchebureau (!!!) in te schakelen. Men dient zich daarbij wel te realiseren dat daardoor het raadsonderzoek nog langer gaat duren en waarschijnlijk later weer nieuwe “waarheden” opduiken. Een recherchebureau lijkt dan ook niet de oplossing (???).

Informanten en privacy.

Volgens de wet op privacy mag de Raad alleen informatie bij anderen inwinnen na uw uitdrukkelijke toestemming. Meestal (maar niet altijd) wordt u gevraagd om daarvoor een toestemmingsverklaring te tekenen. Om vergissingen te voorkomen is het soms beste om zelf nog eens schriftelijk bevestigen wie wel en wie niet mag worden gehoord en/of wat wel en niet mag worden gevraagd. Bedenk daarbij dat informanten soms plotseling negatieve informatie over u kunnen gaan verstrekken. Het beste kunt u de informanten zelf meedelen of zij wel of geen informatie aan de Raad mogen geven, en wat. U kunt daarbij een beroep doen op hun geheimhoudingsplicht.

De Raad is overigens niet verplicht informanten te horen. O.a. doet zij dat niet als zij veronderstelt dat een informant subjectief is. Volgens Normen 2000 dient de raadsmedewerker te motiveren waarom zij een informant niet hoort en dit ook in het rapport vermelden.

Jouw houding.

De Raad roept bij veel mensen wantrouwen op. De Raad neemt beslissingen over jou en je kind terwijl je het gevoel hebt er helemaal geen grip op te hebben. Jouw ouderschap stelt ineens helemaal niets meer voor. Voor je het weet is het kind uit huis geplaatst of zie je het nooit meer. Die angst is een hele slechte raadgever. Probeer je niet te verzetten tegen de Raad, dat heeft geen zin. Probeer de Raad te paaien door aardig te zijn. Laat zien dat je een betrokken ouder bent en wel de beste ouder. Geef de Raad niet teveel informatie want dat is verwarrend. Doe wel suggesties hoe het eventueel zou kunnen. Volgens sommigen moet je je niet teveel aantrekken van de Raad en je eigen plan trekken!

Kanttekeningen

Gesprekken bij de Raad kunnen zeer emotioneel beladen zijn, daarom is het zeer verstandig om een vertrouwenspersoon mee te nemen. Deze vertrouwenspersoon mag zich niet mengen in het onderzoek. Maar die persoon is heel belangrijk als morele steun en kan u later helpen bij de evaluatie van het gesprek. Wilt u geen gezamenlijk gesprek met uw ex-partner? Weiger dat dan met als argument dat u niet openhartig in belang van kind kunt praten in het bijzijn van de andere ouder. Let erop dat dit ook zo in het rapport wordt vermeld. Aangezien de moeder als eerste gehoord wordt, heeft zij een belangrijk psychologisch voordeel. De raadsmedewerker is dan al sterk beïnvloed.

Bovendien hoeft de moeder alleen maar duidelijk te maken of de vader goed of slecht is. Het heeft geen zin voor de vader om de moeder af te kraken. Want daar is men niet in geïnteresseerd. Immers, niemand vraagt zich af of de moeder wel geschikt is. Men wil graag van u weten of u uw leven al weer een beetje op orde heeft en of de alimentatie goed is geregeld. Verder zal men vragen of u zich in uw kind kunt verplaatsen, in zijn gevoelens, ook al heeft u het al heel lang niet meer gezien. Men zal u suggestieve vragen stellen in de trant van: Heeft u het gevoel dat u gefaald heeft als vader. Pas op en laat u vooral geen woorden in de mond leggen. Ga niet in op dit soort suggestieve vragen want die komen vervormd in het rapport.

Criteria

De Raad richt zich op het belang van het kind waarbij zij vooral kijkt naar de rust voor het kind. Dit komt feitelijk neer op de vraag of de gezagsouder bereid is om een omgangsregeling toe te staan. Wanneer de ouders sterk van inzicht verschillen zal de Raad besluiten dat omgang niet haalbaar is. Het haalbaarheidscriterium is echter bij wet verboden en daarom schrijft men dat het niet in het belang van het kind is. Dat de rust van kinderen beter gediend is met een regeling waar beide ouders vrede mee hebben ontgaat de Raad volkomen. Daarnaast hecht de Raad geen belang aan de gevolgen op langere termijn van het verbreken van de band tussen kind en een ouder.

Uit onderzoek is gebleken dat de Raad geen eenduidige werkwijze hanteert ten aanzien van ontheffing ouderlijk gezag. Er zijn geen duidelijke afspraken noch is er overeenstemming tussen de verschillende vestigingen. Daarmee dreigt dus het gevaar van willekeur.

Commentaar op rapport.

Na het uitbrengen van het rapport mag u schriftelijk commentaar op het rapport geven. Eis in ieder geval dat u daar 14 dagen de tijd voor krijgt. Het heeft geen zin om hulp van uw advocaat te vragen. Die doet niks. Een goede vertrouwenspersoon kan juist veel betekenen. Als dat van toepassing is moet u in uw commentaar schrijven dat het Rapport vol staat fouten en onware beweringen en/of dat belangrijke zaken zijn weggelaten of juist toegevoegd en/of feiten zijn verdraaid.

Aan uw commentaar wordt geen enkele betekenis toegekend behalve wanneer het gaat om duidelijke fouten of verschrijvingen in het rapport, zoals namen, datum, personen e.d. Soms is het beter om fouten niet aan de Raad mee te delen maar dat later bij de Rechter bekend te maken om zo de kwaliteit van het Rapport te becritiseren.
Zie ook Normen 2000.

Kritiek rapportage.

In de opleiding tot Raadsmedewerker worden zeer bedenkelijke adviezen gegeven hoe men de Raadsvisie zo overtuigend mogelijk in een rapport vastlegt. Prof. G. P. Hoefnagels betitelt de rapportage van de raad voor de kinderbescherming als contraproductief (zie Gelukkig getrouwd, gelukkig gescheiden blz. 125). Bovendien vermoed hij dat de rapportage in strijd is met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens inzake ‘privacy’ en eerbiediging van ‘family life’ (8EVRM). In het Echtscheidingsbulletin van juli/aug 2000 komt Hoefnagels tot de conclusie dat de Raden niet op de hoogte zijn van de psychologie van het scheidingsproces.

Dossier.

U heeft ten allen tijde recht op inzage in uw dossier. Dit kan van belang zijn om na te zien welke informatie beschikbaar is en welke gebruikt is, en of uw dossier wel volledig is. Zo moeten alle contacten worden vermeld en moeten verslagen zijn van alle telefoongesprekken. Indien stukken ontbreken dan is dat fraude en kunt u het dossier wraken.

Klachten

Wanneer u bijv. bij het voorlezen van het conceptrapport ernstige gebreken in de handelswijze van de raadsmedewerker of in het rapport ontdekt dan kunt u protest aantekenen en direct een gesprek eisen met de unitleider of zelfs de directeur. Ook na het bezoek kunt u een klacht indienen, schriftelijk binnen 2 maanden bij de directeur van de Raad. Hoewel er vrij veel geklaagd wordt, worden er toch weinig klachten ingediend. Er bestaat een zekere angst dat het indienen van klachten tegen u gebruikt wordt. Daarom wordt dit vaak door advocaten ontraden. Toch kunt u beter op uw eigen gevoel afgaan anders heeft u later waarschijnlijk spijt. Bovendien kunnen klachten wel degelijk zin hebben.

Het is wel zo dat uw zaak daardoor 4 maanden wordt vertraagd, maar dat kan ook een doel op zich zijn. Om vertraging te vermijden is het soms beter om geen klacht in te dienen maar om een gesprek aan te vragen bij de unitleider of directeur om de zaak te bespreken. Mocht de Raad uw klacht niet naar wens behandelen dan kunt zich wenden tot de staatssecretaris van justitie, hoewel die niet de neiging heeft daarop te reageren.

Dan kunt u als laatste vragen aan de Nationale Ombudsman om daarin te bemiddelen. Dan krijgt u in ieder geval een reactie.

Klacht indienen:

  1. raadsmedewerker
  2. vestigingsmanager
  3. directie van resort