DutchEnglishFrenchGerman
Kinderen zijn onze toekomst, daar moeten we zuinig op zijn

Storm over Egypte

Gepost op 4 september 2011 | 0 Reacties

Inleiding.

Dit verslag, geschreven in opdracht van en gericht aan toenmalige opdrachtgever SBS-6, stamt alweer uit 2004 doch anno 2011 bemerk ik dat Nederlandse tv opsporingsprogramma’s hun eigen kijkcijfers nog steeds belangrijker vinden dan het goede doel welke zij, voor de ogen van het publiek, willen nastreven.

Storm over Egypte

Onder verwijzing naar de bij jullie aanwezige instructies en het Plan van Aanpak, hierbij mijn uitgewerkte dagboek inzake de missie Egypte betreffende de opsporing en repatriëring van:

Nancy en Kamillia.

======================

Sedert ruim 2 jaar heb ik nauwe contacten met Inge, de moeder van Nancy en Kamillia, die het slachtoffer is geworden van een gewelddadige ontvoering van haar 2 kinderen door haar huidige (Egyptische) echtgenoot Hassan Akel. In Nederland zijn zij inmiddels voor de Nederlandse wet gescheiden, doch niet voor de Egyptische wetgeving daar alleen de man in Egypte een echtscheiding kan aanvragen. De vrouw heeft in deze in dat land ook geheel geen rechten.

Enige weken geleden werd ik door Pieter Storms van het programma “Breekijzer” (SBS-6) benaderd met het verzoek of ik uiterst schrijnende zaken in mijn bestand had, waarbij onze overheidsorganen een “bedenkelijke” rol zouden spelen.

Natuurlijk heb ik deze en middels Joep de Vries (redacteur) werden de contacten uitgebouwd waarbij ik Joep van alle informatie heb voorzien die nodig was om de 2 aangeboden zaken nader te bekijken/te belichten.

De keuze vanuit de “Stormsfactory” viel op de zaak Nancy en Kamillia Akel, wat mij verheugde omdat ik vele malen getracht had om voor deze zaak een sponsor te vinden inzake de opsporing en repatriëring van deze kinderen uit Mahalla/Egypte.

Dagen/weken van intensief overleg tussen Joep en mij waren het gevolg, waarbij er een 3 tal persoonlijke gesprekken hebben plaatsgevonden met Pieter en Peter Lubbers (de man achter “Stormsfactory”).

Met o.a. de middels mij verkregen informatie over het falende beleid van de Centrale Autoriteiten, Buitenlandse Zaken en politie Amsterdam is Pieter met zijn crew op stap gegaan om deze instanties te confronteren met de daadwerkelijke feiten en omstandigheden. Naar ik heb begrepen is gebleken dat deze instanties werkelijk incompetent zijn voor de zaak waarvoor zij zijn aangesteld doch dat zal zeer zeker wel uit de uitzending blijken.

Ondertussen maakte Joep zich hard om een “budget” te verkrijgen van SBS-6 om naar Egypte af te reizen inzake de opsporing en repatriëring van beide ontvoerde kinderen, waarbij Peter Lubbers een donatiebedrag aan de Stichting Kinderontvoering heeft toegezegd voor de door mij verleende diensten aan de “Stormsfactory”.

Ik zou zorgen voor een “cameraman” die tijdens onze vlucht naar een Grieks eiland (Cyprus of Kreta) het e.e.a. op videoband zou vastleggen, mijn keuze hierbij is gevallen op Wil omdat zijn partner ook slachtoffer is van een Egyptenaar die haar kind ook naar Cairo heeft ontvoerd en uit deze reis dan ook direct lering kon doen voor de volgende missie van mij voor dit kind.

Wil en zijn partner waren de andere mensen die ik bij Pieter heb “aangeboden” om hun zaak in “behandeling” te nemen.

Zo konden er 2 vliegen in één klap geslagen worden.

Toen eenmaal dat “budget” was vrijgekomen (waarvan de hoogte bij mij volledig onbekend is gebleven doch ik een kostenraming van ongeveer 11.000 Euro heb afgegeven) kreeg ik de opdracht om de reis en de hotels in Cairo te boeken.

Marian (penningmeester van de stichting) heeft toen haar uiterste best gedaan om alles in kannen en kruiken te krijgen om zo goedkoop mogelijk naar Cairo te reizen en om een goedkoop maar goed hotel te reserveren, waarin zij slaagde en een uitstekend hotel had gevonden van $ 49,= per nacht per persoon incl. ontbijt, welke op steenworpafstand lag van de Nederlandse Ambassade in Cairo.
Klaarblijkelijk nam Pieter geen genoegen met dit hotel, waarop Grace (een “stafmedewerkster” van de Stormsfactory) 3 kamers moest boeken in het Ramses Hilton voor de crew en 2 kamers in het Nile Hilton voor ons á $ 110,= per nacht per kamer.

3 februari 2004

In mijn (veiligheid)instructies en Plan van Aanpak stond duidelijk omschreven waar een ieder zich aan diende te houden om deze missie met succes voor de kinderen te kunnen beëindigen, doch bij aankomst op Schiphol hield Pieter zich al niet aan deze instructies door ALLE vliegtickets bij de balie van Hotelplan op te halen, deze niet discreet te verdelen maar om deze onder zich te houden.

Op opvallende wijze werd er op Schiphol gefilmd waarbij er ook nog de nodige interviews met Pieter moesten worden afgelegd. Voor derden was het directe te zien dat er een verbintenis was tussen Pieter, Inge en mij wat een risico met zich kon meebrengen als Egyptenaren (in Nederland woonachtig) ons ook nog in het vliegtuig bij elkaar zouden zien zitten en mogelijk ook nog in Cairo samen zouden zien.

In de vertrekhal nam Pieter een geldbedrag op in Amerikaanse Dollars, waarvan de cameraman, de geluidsman en ik een deel kregen, mijn ontvangen bedrag was $ 1,000.

De hele groep zat gezamenlijk in de Economy Class van deze vlucht doch nadat het signaal “riemen los” gegeven was kreeg Pieter toestemming om (na een upgrade) plaats te nemen in de Business Class omdat hij niet “onder het volk” wilde zitten/reizen.

Tijdens de vlucht moest ik op “audiëntie” bij Pieter komen om daar het e.e.a. door te spreken inzake het Plan van Aanpak in Egypte. Gedurende dit gesprek bemerkte ik al dat Pieter volledig zijn eigen plan getrokken had hoe hij het e.e.a. aldaar wilde aanpakken, waarbij mijn Plan van Aanpak volledig werd genegeerd en hij voornemens was om de “uitzending” belangrijker te maken dan de opsporing en repatriëring van de beide kinderen.

Tevens begreep ik dat Pieter zijn huiswerk geheel niet gemaakt had en volledig onvoorbereid aan deze “trip” is begonnen, want hij wist geheel niets van de werkwijze en gewoonten van het land van bestemming, dit bleek later ook wel want wat ik door zijn toedoen in Egypte heb moeten meemaken grenst aan het onwaarschijnlijke waarbij hij, voor zijn eigen egobevrediging, de veiligheid van het gehele team op het spel gezet heeft.

Op Cairo International aangekomen moest er transport naar het hotel worden geregeld. Doordat ik meerdere malen in Cairo geweest was heb ik van mijn fouten daar kunnen leren en was niet voornemens om mij nogmaals financieel bij de neus te laten nemen door o.a. taxichauffeurs die er een handje van hebben niets vermoedende “vakantiegangers” een “poot uit te trekken”.

Inge ging in gesprek met een taxichauffeur wat ontaarde in een heftige woordenwisseling waarbij zij hem uitmaakte voor dief en oplichter (zoals zij later tegen ons vertelde). Deze chauffeur vroeg 100 Egyptische ponden (L.E.) voor het transport naar beide hotels.

Ik mengde mij in deze luidruchtige situatie en kwam met deze chauffeur een bedrag overeen van 60 Egyptische ponden (L.E.) naar beide hotels.

Net voordat ik de opdrachtbon voor dit transport wilde regelen schreeuwde Pieter mij op a-sociale manier toe of ik wel goed bij mij hoofd was om 60 US-Dollar voor deze trip te betalen en of ik de geldpest had, waarna hij met een eigenwijze kop naar buiten liep.

Buiten aangekomen probeerde ik hem uit te leggen dat 60 L.E. een normaal bedrag voor deze trip was en dat ik helemaal niet over 60 $ gesproken had. Bij hoog en bij laag beweerde hij dat hij gezien en gehoord had dat ik over 60 $ sprak en niet anders.

Inge viel mij bij door te zeggen dat ik werkelijk over 60 L.E. gesproken had en niet over 60 $. Ik liet het regelen van een taxi nu aan Pieter over die een busje regelde voor 65 L.E., eensgelijke busje als ik regelde voor 60 L.E.

Na de 1e confrontatie in het vliegtuig was dit de 2e confrontatie met Pieter waarbij hij de veiligheidsinstructies volledig negeerde door gezamenlijk in één busje naar de hotels te gaan en zijn “wil als wet” met grove en onterechte uitspraken wilde doorvoeren.

Pieter gaf ons onderweg de opdracht om de volgende ochtend vroeg in zijn hotel te zijn om aldaar gezamenlijk te ontbijten, waarbij hij voor de 3e maal de veiligheidsinstructies en nu ook het Plan van Aanpak overtrad.

4 februari 2004

Tijdens de ontbijtbespreking zei Pieter naar Mahalla te willen reizen om aldaar te gaan speuren naar de kinderen, dit was dan ook het 1e onderdeel van het Plan van Aanpak waar hij zich aan hield doch door zijn “eigen inbreng zonder enig overleg” (wederom haaks om mijn instructies) had dit desastreuze gevolgen halfweg deze dag.

Mahalla is een klein plaatsje zo een 200 km. boven Cairo in de buurt van Tanta. Geen enkele toerist zal bewust Mahalla aandoen omdat daar niets, maar dan ook werkelijk niets te zien is wat van enige toegevoegde waarde kan zijn aan een vakantiereis naar Egypte.

Zowel de hotelportiers als de taxichauffeur waren dan ook uiterst verbaasd dat wij naar Mahalla wenste te gaan, want daar gaat geen enkele toerist naartoe, sterker nog, geen enkele toerist kent het plaatsje Mahalla.

Alvorens wij met de taxi vertrokken werden er eerst nog een aantal openlijke interviews aan de voet van de Nijl afgenomen, waarbij iedere langslopende Egyptenaar (die Nederlands verstond) kon horen waar wij naar toe wilde gaan en waarom.

Mijn instructies werden constant door Pieter met voeten getreden en ik voelde mij geheel niet prettig door deze eigenzinnige houding van Pieter want deze houding kon ons wel eens vreselijk in de problemen brengen, hij dacht zeker gewoon in Nederland te zijn waar hij met zijn grote mond en het programma “Breekijzer” achter zich kan “doen en laten” wat hij wenst.

Gedurende de rit naar Mahalla werden er onderweg ook nog de nodige interviews in de taxi afgenomen, waarbij de taxichauffeur (in opdracht van Pieter) door Inge in het Arabisch werd geïnformeerd wat de doel van onze rit naar Mahalla was omdat hij met verbazing naar Inge zat te kijken toen deze opeens als Moslima “gekleed” achter in de taxi zat.

Wederom werden mijn instructies door Pieter met voeten getreden. Hij ging geheel niet omzichtig en discreet te werk, in tegendeel, alles ging openlijk zonder enige bescherming.

In Mahalla aangekomen werd er meerdere malen door de “hoofdstraat” gereden om de scooterwinkel van Inge haar bevriende zwager Redar te traceren, doch zonder succes.

Hierna moest “iemand” voorzien van camera met Inge de straat inlopen waar het huis van Hassan en de kinderen was om aldaar opnamen te gaan maken. Op dat moment ging bij mij “het licht uit” want dit was de meest extreme tegenwerking van mijn instructies en Plan van Aanpak.

Ron liep met Inge door de straat waar desbetreffend huis (bestaande uit 3 of 4 etages) was en de hele gang van Inge werd op videoband vastgelegd. Voor het huis werd zelfs gestopt om dit goed in beeld te brengen en deze actie werd dan ook nauwlettend in de gaten gehouden door de straatbewoners. Inge verklaarde zelfs dat de straatbewoners rond riepen dat er een film gemaakt werd over Mahalla.

Tijdens dit lopen en filmen heb ik beiden op grote afstand nauwlettend in de gaten gehouden om te zien of er zich geen “vervelende” voorvallen zouden voordoen. Ron heeft zelfs nog “ingezoomd” op de etage boven de woning van Hassan en de kinderen waar kinderkleding aan de waslijn hing.

Nadat zij waren teruggekomen kreeg ik de knoopsgatcamera en videoapparatuur omgehangen en ging ik lopend (door de stromende regen) nogmaals de hoofdstraat in om die bevriende zwager te traceren voor een nader gesprek omtrent de woon- en verblijfplaats van de kinderen, daar deze mogelijk ook in Cairo aanwezig konden zijn of in een plaatsje dicht bij de gevangenis net buiten Cairo.
Tijdens mijn tocht door deze “hoofdstraat” heb ik nergens een scooterzaak aangetroffen doch zag wel een “arbeidsplaats” waar mensen aanwezig waren. Aldaar heb ik in het Engels en Duits verzocht of zij wisten waar de “scooterzaak” van Redar te vinden was. Deze zaak bleek de zaak naast zijn bedrijf te zijn, maar Redar was op dat moment in de Moskee voor het gebed en hij zou 10 minuten later terug zijn.

Deze man vroeg of ik sigaretten had, waarop ik hem vertelde dat ik deze even uit de auto zou gaan halen. Bij de auto gaf Pieter mij te kennen naar het raam aan de bestuurderskant te komen en aldaar deed ik mijn verhaal met het verzoek mijn sigaretten te geven, een aansteker en een foto van Redar om te laten bevestigen dat die “arbeider” en ik over hetzelfde persoon spraken.

Deze bevestiging kreeg ik. Na enkele minuten stapte er een klein Egyptisch mannetje binnen, niet zijnde Redar, die mij in het Nederlands vroeg of ik een Nederlander was. Ik erkende van Nederlandse afkomst te zijn, waarna hij met een hevige scheld en vloekpartij begon en ook doelde op die man uit Amsterdam (Shoarmazaak) dat hij zijn kind al meerdere jaren niet gezien heeft en als hij Inge in zijn handen zou krijgen hij haar zelfstandig de keel zou dichtknijpen om haar te vermoorden, want deze “hoer” was minder waard dan de sigarettenpeuk die op de grond uitgetrapt wordt.

Later bleek dat deze man “Mustafa” was. Een kleine driftkikker maar die tot alles toe in staat was. Meerdere malen heb ik verzocht om rustig te blijven en tot een normaal gesprek te komen, maar dat kon/wilde Mustafa niet. Dreigementen met de dood bleven niet van de lucht, waarna ik hem goedendag gezegd heb en weer richting taxibus ben gelopen.

Pieter wees mij weer naar het raam van de taxichauffeur en na een korte tijd daar in de stromende regen gestaan te hebben ben ik toch in de bus gaan zitten. Opeens zag ik Mustafa aankomen en ik sommeerde iedereen om in te stappen en te vertrekken, maar haaks op mijn “opdracht” stapte Pieter uit en ging hij in discussie met Mustafa. Mustafa zag dat de cameraman dit hele gesprek opnam en begon als een wilde op de bus en het raam te slaan omdat hij desbetreffende band wilde hebben etc. etc.

Ik ben achter Pieter gaan staan om het zicht naar Inge (die onder de achterbank lag) te blokkeren en om bij een handgemeen Pieter direct in bescherming te kunnen nemen.

De taxichauffeur wist niet wat hem overkwam, zag dat zijn taxi mogelijk beschadigd zou worden en belde de politie. Inmiddels stond er al een man of 10 rond de bus en na 15 seconden kwam daar nog eens een man of 10 politie bij, waarbij in burger geklede politiemannen met lange regenjassen hun automatische vuurwapens onder hun jassen vandaan haalde.

De hele groep werd overgebracht naar het politiebureau, waarbij ik snel mijn videocamera loskoppelde, deze aan Ron gaf en de knoopsgatcamera uit dit knoopsgat loskoppelde.

Wanneer het “licht voor mij” nog niet was uitgegaan bij de “wandeling” van Ron en Inge, dan was het licht tot enige repatriëringkans nu wel helemaal voor mij uitgegaan, daar nu meer dan voldoende bekend was waarom wij in Egypte aanwezig waren, dit door toedoen volgens de wens en wil van Pieter Storms.

Tijdens onze korte rit naar het politiebureau, deze lag toevallig aan de overkant van de straat waar wij geparkeerd stonden, begon Inge weer op een a-sociale manier tegen mij te schreeuwen dat dit allemaal mijn schuld zou zijn omdat wanneer ik niet naar de taxibus was gelopen er nimmer politie aan te pas hoefde te komen. Ik was een “klote amateur” die niet zou weten wat hij moest doen.

De agressie die Inge mondeling naar mijn vertolkte was met geen pen te beschrijven en ik verzocht haar dan ook om rustig te blijven, haar mond te houden en om niet emotioneel te reageren, waarop een scheldkanonnade naar mij weer het gevolg was.

Met bewapende “escorte” werden wij het politiebureau binnengebracht alwaar wij plaats moesten nemen in het kantoor van een officier van politie (met 4 sterren op de schouders).

Aldaar begonnen de “verhoren” van ons, waarbij Inge emotioneel (tot schreeuwen aan toe) haar verhaal vertelde, waarbij zij (in opdracht van Pieter Storms) naliet om deze officier te informeren over de ware reden waarom Hassan in Nederland 3 jaar in hechtenis had gezeten. Ik had Inge impliciet verzocht dit deel van het verhaal duidelijk kenbaar te maken aan deze officier omdat ik WEET hoe men in Arabische landen over incestzaken denkt. Pieter gaf mij op dit verzoek aan Inge de navolgende luide opmerking:

“jij moet gewoon je kop houden en meer niet, ik bepaal hier wat wel en niet gezegd wordt”.

Tussentijds werden onze paspoorten in genomen en onze personalia geregistreerd, waarna een politieambtenaar met onze documenten verdween.

De discussie c.q. het gesprek tussen deze politieofficier en Inge bleef in het Arabisch voortduren, waarbij Inge regelmatig haar “waardigheid” als vrouw verloor en tot schreeuwen overging. Ik moest haar meerdere malen tot kalmte manen omdat deze houding (zeker in een Arabisch land) ons alleen maar verder in de problemen kon brengen omdat dit vanuit een vrouw onacceptabel is.

Deze politieofficier bemerkte dat ik uit een “heel ander hout” gesneden was dan de rest van de groep, ik zat daar zonder zenuwen en bemoeide mij niet met deze “discussie” terwijl Pieter op zijn “eigenwijze eigen wijze” zich wel in dit gesprek mengde, dit ondanks het feit dat niemand Engels scheen te spreken. Ik rookte rustig mijn sigaretje, vroeg of er niets te drinken was omdat ik door en door nat/koud van de regen was, waarop er thee werd geserveerd.

Na enige tijd kwam een “onbekende” politieambtenaar binnen, keek richting Pieter en zei in gebroken Engels: “You are from Breekijzer?” Waarop Pieter met enige trots bevestigend reageerde en met “ansichtkaarten” (voorzien van een foto van hem) op de proppen kwam en deze aan desbetreffende politieambtenaar gaf.

Deze politieman keek mij aan en zei: “you are policeman from Holland?” Waarop ik afwijzend reageerde daar dit gewoonweg niet zo was. Pieter gaf mij indringend te kennen dat ik op die vraag bevestigend had moeten antwoorden, waarop ik hem zei zelf wel te weten wat wel en niet te zeggen.

Een andere politieman kwam binnen en stelde een vraag in het Arabisch aan Inge, die klaarblijkelijk negatief antwoordde. Deze vraag bleek te zijn of er een “Jood” in de groep aanwezig was, Inge schrok van zijn racistische manier van vragen.

Ondertussen had Inge in het Arabisch opgevangen dat Hassan van huis was gehaald door de politie, waarbij zij zijn voordeur hadden moeten intrappen en hij nu ook op het bureau aanwezig zou zijn.

De taxichauffeur vroeg aan Inge (met toestemming van de aanwezige officier) of hij voor het kantoor even met Inge mocht praten over wat er nu gaande was, deze man was helemaal van slag door dit gebeuren. Angstig kwam Inge weer naar binnen, met de uitspraak dat nu de ellende helemaal niet meer te overzien was omdat Hassan haar gezien heeft en haar direct met de dood bedreigde.

Weer kwam een onbekende politieman binnen en weer werd mij de vraag gesteld of ik een Nederlandse politieman was, waarop ik wederom afwijzend reageerde.

Omdat ik zo nat en koud was, trok ik mijn spijkerjack uit om mijn rug en jack te laten drogen. Desbetreffende politieofficier zag dat ik werkelijk drijfnat van de regen was en stak voor mij een elektrisch kacheltje aan, waarvoor ik hem bedankte.

Doordat wij onderling Nederlands spraken vroeg deze politieofficier regelmatig aan Inge waarover wij het hadden, die op haar beurt het e.e.a. in het Arabisch vertaalde. Met handen en voetenwerk sprak ik met deze officier over het voetbal in Nederland en nog meer van dat soort dingen, het ijs tussen hem en mij was geheel gebroken waardoor wij het op “onze” manier wel met elkaar konden vinden.

Hij vroeg aan mij of ik nog wensen had, waarbij ik hem meedeelde wel trek in een bak koffie te hebben. Hij haalde uit zijn bureaulade een zakje koffie en gaf een bediende opdracht om voor mij en de andere (wanneer deze dit wensten) koffie te maken.

In de tussentijd kwam de racistische politiemedewerker weer binnen en die wilde ALLE films hebben die wij bij ons hadden. Wil en ik gaven onze fotorolletjes af, de cameraman en geluidsman gaven een aantal bandjes af, maar daar was deze politieman niet tevreden mee, Ron moest zijn hele tas leeghalen waarop er nog een aantal bandjes naar voren kwamen. De videocamera’s moesten op tafel komen en ook hieruit werden de banden in beslag genomen. Deze “trage” medewerking zette kwaad bloed bij deze politieman, waarna hij de banden in de bureaulade van “mijn vriend” de politieofficier deponeerde.

Nadat deze banden in beslag waren genomen moest de cameraman in opdracht van Pieter vragen of hij opnamen van deze gang van zaken mocht maken, zodat ook deze politieofficier een “bekende” in Nederland zou worden. Ik was met stomheid geslagen, kon Pieter nu helemaal niet meer nadenken? Eerst werden de banden in beslag genomen en nu vragen of hij binnen het bureau mocht draaien.

Gelukkig bleef de “communicatie” tussen deze politieofficier en mij uitstekend, ik kon gewoon mijn sigaretje blijven roken, kon al staande mijn rug voor dit straalkacheltje laten drogen etc. etc. Wederom vroeg hij mij of alles naar wens was, ik zei hem maar twee woorden: “McDonalds please”.

Hij greep in zijn andere bureaulade, haalde daar zijn “lunchpakket” uit en ik mocht deze heerlijk verorberen. Inge schreeuwde tegen mij dat ik met mijn vingers van dat eten af moest blijven, waarop ik tegen haar zei mij niet als een Egyptenaar aan te spreken, maar wat respect te tonen. Met een nieuwe kop koffie heb ik van “zijn” lunchpakketje genoten.

Een tolk en de Officier van Justitie melde zich aan en deze verklaarde dat wij zijn “aangehouden” omdat wij een video-opname van Mustafa gemaakt zouden hebben zonder de daartoe verkregen schriftelijke toestemming van Mustafa en de Egyptische overheid.

Onder aanwezigheid van deze Officier van Justitie, diverse Officieren van Politie en de tolk moest Inge nogmaals haar verhaal doen over datgene wat er allemaal heeft plaatsgevonden en dat zij het maar vreemd vonden dat Hassan 3 jaar voor niets in de Nederlandse gevangenis had doorgebracht.

Eindelijk kwam Inge (wederom schreeuwend) op de proppen met het incestverhaal en dat dit de reden voor zijn strafoplegging in Nederland was. De situatie begon zich nu in ons voordeel te veranderen (had zij nu maar eerder naar mij geluisterd).

Nadat Hassan met dit verhaal geconfronteerd werd heeft hij dit eerst ontkend en later vermeld dat de kinderen waarmee hij sex gehad zou hebben boven de 16 jaar geweest zouden zijn. De “bevriende” politieofficier vroeg mij op papier tekst en uitleg over de leeftijden van deze meisjes te geven, specifiek hoe oud deze meisjes waren ten tijde van dit misbruik.

Toen hij éénmaal van mij begreep dat dit om zeer jonge meisjes ging, kregen wij snel de paspoorten terug en middels de tolk (onder aanwezigheid van de Officier van Justitie) kregen wij te horen dat wij Mahalla konden verlaten om niet meer terug te keren en dat het ons verboden werd om, waar dan ook, nog opnamen te draaien zonder schriftelijke toestemming van desbetreffend Ministerie die daartoe toestemming moet verlenen.

Wij mochten het bureau verlaten en onze weg naar Cairo aanvangen waarbij wij eerst een bezoek zouden brengen aan het hotel van de tolk op daar wat “op adem” te komen.

Ik vroeg, middels de tolk, aan mijn “bevriende” politieofficier hoe ik/wij moesten reageren als Hassan ons onderweg zou opvangen en met geweld zou beginnen. Wederom kreeg ik van Pieter Storms een grote mond dat ik mijn kop moest houden. De tolk verklaarde dat wij onder politie-escorte zijn district zouden verlaten en geen vrees voor enig geweld vanuit Hassan hoefde te hebben.

In het hotel van de tolk aangekomen zat ik nog te rillen van de kou, mijn jack was nog zeik en zeiknat. Een begeleidende politieman in burger zag dat en gaf mij zijn jas om wat warmer te worden. Tot mijn verbazing voelde ik in de binnenzak van deze overjas zijn vuurwapen zitten. Dit was voor mij een signaal dat de politie mij volledig vertrouwde, anders had hij mij nimmer zijn jas MET pistool gegeven.

Na een kortstondig gesprek in het hotel vertrokken wij ONDER politiebegeleiding richting Cairo, waarbij bij iedere districtsgrensovergang van politie-escorte werd gewisseld, tot aan ons hotel toe.

Wat voor mij nu als een paal boven water stond was het feit dat ik nu HELEMAAL niets meer kon doen v.w.b. mijn Plan van Aanpak, daar door het gebeuren deze dag iedere anonimiteit de grond was ingeboord.

In het hotel aangekomen werd er in de lobby nagepraat over de gehele gang van zaken die dag. Inge liet in niet mis te verstane woorden horen dat ik de schuld was van deze hele situatie daar ik nimmer terug naar de bus had moeten lopen na het conflict met Mustafa.

Pieter ondersteunde dit verhaal met krachtige termen als: “amateur, niksnut, we hebben niks aan jou, je bent niks waard etc.”

Mij bekroop het gevoel dat Pieter een zondebok aan het zoeken was voor zijn falende plan en dat hij mij hiervoor had uitgekozen. Ik hield mij rustig daar ik gevoelsmatig ver boven Pieter sta, want daar waar kwaadheid, schelden en vloeken begint houdt het verstand op en dat was bij Pieter en Inge zeer snel het geval.

Om alsnog de zaken voor Inge in goede banen te proberen te leiden informeerde ik Pieter over het feit dat Inge nu de nodige problemen kon verwachten omdat zij volgens de Egyptische wetgeving nog met Hassan is gehuwd en hij haar terugreis naar Nederland kan tegenhouden.

Pieter zat mij met grote ogen aan te kijken en vroeg mij waar ik deze onzin vandaan haalde omdat Inge NIMMER kon worden tegengehouden, zij is vrij om te gaan en te staan waar zij wilde. Hij wilde maar niet begrijpen dat het in Arabische landen geheel anders geregeld is dan bij ons in het Westen. Ondanks alles ondersteunde Inge mijn stelling en Wil bevestigde mijn gelijk in deze ook doch Pieter bleef voet bij stuk in zijn (vermeende) gelijk houden.

Pieter wist klaarblijkelijk niet eens dat Inge in Egypte nog steeds met Hassan gehuwd was en dat het huwelijk alleen in Nederland ontbonden was omdat een vrouw in Egypte geen echtscheiding kan aanvragen, deze “gunst” komt alleen aan de man toe, wat Pieter ook niet kon/wilde begrijpen.

De snerende en denigrerende opmerking vanuit Pieter tegen mij waren vanaf dat moment niet meer van de lucht, of het nu om mijn kale hoofd ging of het ging om mijn kleding, hij pakte alles aan om mij maar “voor paal” te zetten of te kleineren/denigreren. Daar ik mij qua karakter sterker voelde dan Pieter heb ik deze “kinderachtige” opmerkingen met een stuk humor kunnen wegwuiven zodat hij helemaal geen grip op mij had, wat hem zeer zeker niet lekker zat.

Op een geven moment vroeg ik wel aan Pieter of hij enige bevrediging in zijn houding t.o.v. mij had, daar hij ook moest merken dat hij geheel geen grip op mij had en mijn “menselijk respect” voor hem alleen maar slonk.

Hij verklaarde hiermee net zolang door te gaan tot ik kwaad zou worden, waarop ik hem vertelde dat hij dan lang kon wachten want zeker hij zal mij nimmer kwaad maken omdat ik ver boven hem en zijn kinderachtige houding stond.

Omdat enige discretie en “heimelijk” optreden door ons verblijf op het politiebureau in Mahalla niet meer van toepassing was gingen wij die avond op voorstel van Pieter gezamenlijk dineren in het culinaire restaurant op de topverdieping van het Ramses Hilton.

Gedurende dit eten deed een ieder zich te goed aan de door Pieter aangeboden flessen rode Franse (import) wijn, ik heb mij beperkt tot maximaal 2 glazen. Tijdens en na dit diner konden wij genieten van een live-optreden van een lokale muziekgroep en in een later stadium van een buikdanseres. En ja, ik heb van deze buikdanseres en haar show zitten genieten, Pieter zag er een vorm van humor in om deze artieste te bekogelen met olienootjes.

5 februari 2004

In de ochtenduren had Pieter een afspraak geregeld met een Nederlander van het Persbureau in Egypte. Deze verklaarde dat “wij” dus duidelijk in overtreding waren om als “t.v.-crew” zonder de daartoe verkregen toestemming van het Ministerie opnamen in Egypte te maken. Hij zou zich inzetten tot het verkrijgen van deze toestemming wat dan mogelijk ook zou inhouden dat Pieter de in beslag genomen banden terug zou kunnen krijgen.

Op een “dood” punt in het gesprek stuurde ik aan op het conflictonderwerp van de avond daarvoor betreffende het feit dat Hassan de mogelijkheden had om zijn Egyptische echtgenote (in deze nog steeds Inge) te dwingen in Egypte te blijven wanneer hij geen toestemming zou verlenen als zij het land wilde verlaten. Deze man bevestigde mijn stelling en beaamde dat ik gelijk in deze had, Hassan kon het uitreizen van Inge voorkomen als zijnde haar echtgenoot. Vol verbazing hoorde Pieter dit aan, waarop ik hem duidelijk liet weten eens vaker iets aan te nemen van “derden” die meer kennis van zaken hebben als hij.

Inmiddels had Pieter ook al een telefonisch onderhoud gehad met de Ambassadeur van onze Ambassade in Cairo, die klaarblijkelijk (volgens de woorden van Pieter) de telefoon op de haak had gelegd tijdens het gesprek. Hij was voornemens om naar de Ambassade te gaan om de Ambassadeur met deze houding en het laakbare handelen inzake internationale kinderontvoering te confronteren. Pieter wist dat ik bij dit gesprek aanwezig wilde zijn om met eigen oren te vernemen hoe de Ambassade zich onder hun verplichting uit wenst te liegen en ik maakte dit nogmaals kenbaar aan hem.


Pieter reageerde alsvolgt: “dit is een “Breekijzer” actie en daar heb jij niks mee te maken, nog beter gezegd, jij bent maar een kinderontvoerder en ik wil jou helemaal niet mee hebben naar de Ambassade.”

Omdat ik verder toch niets te doen had ben ik samen met Wil in een taxi gestapt richting Ambassade en heb aldaar aan de overkant staan wachten tot de groep aldaar aankwam. Strijdig op het verkregen politiebevel van de politie in Mahalla (onder aanwezigheid van een Officier van Justitie) liep Pieter en zijn groep al “filmend” over straat richting Ambassade alwaar zij toegang tot het gebouw verkregen.

Later die middag “begreep” ik uit de diverse flarden van gesprek dat dit onderhoud weinig van inhoudelijke betekenis gehad zou hebben, zoals al te verwachten was. Tevens begreep ik uit de woorden van Inge en Pieter dat de tolk uit Mahalla zich had teruggetrokken omdat hij de nodige bedreigingen van Hassan had ontvangen en zich daardoor niet meer durfde in te zetten voor deze zaak.

Deze avond werd er gegeten in het culinaire restaurant op de topverdieping van ons hotel aan de Nijl. Tijdens dit etentje waren de snerende en beledigende opmerkingen van Pieter naar mij weer niet van de lucht, iedereen had hier de grootste lol om, doch deze raakte mij wederom niet.

Na dit etentje, waarbij zeker weer 5 á 6 flessen rode Franse wijn (import) werd gedronken (ik weer max. 2 glazen) is de groep, op de camera- en geluidsman na, naar de discotheek onder dit hotel gegaan. Aldaar is Pieter na korte tijd vertrokken daar hij (volgens Inge en mij) te beschonken was om op zijn kruk te blijven zitten. Inge maakte zich zelfs zorgen over “zijn gang” naar zijn eigen hotel.

De volgende dag zouden wij vroeg (rond 09.00 uur) vertrekken richting een klein plaatsje in de buurt van Cairo, nabij de gevangenis EN IN militair gebied, waar mogelijk ook Nancy en Kamillia zich zouden bevinden.

6 februari 2004
Zoals de planning was waren wij op tijd aanwezig in het Ramses-Nile Hotel waar de camera- en geluidsman al zaten te ontbijten, doch van Pieter geen spoor. Rond 09.45 uur werd er telefonisch contact met de kamer van Pieter opgenomen waar hij bleef, hij was nog in diepe rust en zou direct naar beneden komen.

Enige tijd later zal hij aan de tafel met wat fruit voor hem als ontbijt, hij was duidelijk zeer moe van de avond daarvoor.

Na enige discussie omtrent het taxivervoer richting “gevangenis” gingen we met 2 taxi’s op weg richting dit “militaire gebied”. In onze taxi zaten Inge, Pieter, de cameraman en ondergetekende terwijl in de andere taxi de geluidsman en Wil zaten.

Onderweg werd er honderduit gevraagd aan deze taxichauffeur omtrent het gebied waar wij naartoe gingen. Deze gaf meerdere malen en overduidelijk te kennen dat hij dit plaatsje niet in wenst te rijden vanwege het gevaar aldaar, zeker als er opnames gemaakt zouden worden met videoapparatuur.

Het is namelijk zo dat wanneer de gedetineerden hun langdurige straf erop hadden zitten, de meeste zich in dit plaatsje vestigen om hun leven verder “op te bouwen”, waardoor nagenoeg de gehele bevolking aldaar uit criminelen zou bestaan.

Ik vroeg mij dan ook werkelijk af wat de intentie van onze rit naar deze “uithoek” in zou houden en welk voordeel wij hieruit konden halen, maar ja, dat zal dan wel weer aan mij liggen als ik dit niet zou begrijpen.

In opdracht van Pieter moest Inge ook aan deze taxichauffeur haar hele verhaal in het Arabisch doen, zodat ook deze van “de hoed in de rand” wist omtrent ons bezoek aan Egypte en dit militair gebied, waarbij de taxichauffeur indringend verzocht om echt niet te filmen in die omgeving.

Tevens verklaarde hij dat hij bij terugkomst in het hotel zeker ondervraagd zou worden door de politie over ons bezoek aan dit militair gebied omdat dit geen normaal bezoekterrein voor toeristen is en hij aan deze politieambtenaren dan ook de waarheid zou vertellen omdat hij niet in de problemen wenst te komen.

Na een lange rit kwamen wij in de omgeving van dit militaire gebied, nogmaals verzocht de taxichauffeur te stoppen met filmen.

De plaats die Pieter wilde bezoeken lag aan de andere kant van de Nijl en aan onze kant lag deze “gevangenis”. Een muur van ongeveer 2 meter hoog omringde het “gevangenisterrein” met om de 50 meter een uitkijkpost, voorzien van een met automatisch wapen bewapende “wacht”.

Als een flits schoot het door mijn hersens dat als ik gepakt zou worden, ik hier 25 jaar zou moeten doorbrengen, een werkelijke hel op aarde.

De gevangenis net voorbijgereden draaide de taxi’s weer om en werd er onverrichter zaken teruggereden richting Cairo, waarbij ik nog éénmaal een blik wierp op deze “gevangenis” met de gedachte om alles in het werk te stellen daar nooit, maar dan ook nooit terecht te willen komen.

De rest van de middag werd op voorstel van Pieter doorgebracht bij de Piramides van Giza, nabij Cairo.

Ik had het wel helemaal gehad met Egypte, mede om het feit dat onze anonimiteit (door toedoen van Pieter) volledig verdwenen was en nu vanuit de politie van alles te verwachten was, een uiterst onplezierig gevoel.

Bij deze Piramides aangekomen werden wij besprongen door allerlei gidsen en ik verwees ze allen naar Pieter, hij was de grote baas en ging over het geld etc.

Er moest voor 6 man entree worden betaald. Pieter gaf een geldbedrag aan deze gids om de toegangskaartjes te kopen, ik zei nog tegen Pieter dat hij mee moest lopen, want die “gids” kon net zo goed met het geld verdwijnen en dan heeft hij dat geld snel verdient. Ook nu moest ik mijn “kop” weer houden.

De gids kwam terug en moest nog een aanzienlijk bedrag aan ponden aan Pieter terugbetalen, doch helaas..deze bleven in de linkerhand van de gids zitten (wat te verwachten was).

Na enige tientallen meters lopen en het maken van diverse foto’s gaf de gids te kennen dat het beter was om paarden te huren daar het lopen rond de piramides in het mulle zand een ondoenlijke weg was. Ook dit koste weer geld, de gids zou dit wel regelen..Pieter in onderhandeling en kwam op een bepaalt bedrag uit wat in ruime mate (grotere biljetten) aan de gids werd gegeven. De paarden kwamen en de gids was verdwenen, MET het wisselgeld.

Nadat we ongeveer een kwartier hadden gereden stopte de NIEUWE gids ergens midden op de zandvlakte. Uit het niets verschenen daar een aantal mensen die ons een flesje Cola of Sprite in de handen drukte. Doordat we de hele ochtend nog niets gedronken hadden was dit een aangename verrassing.

Inge schreeuwde tegen mij (ze zat ongeveer 3 á 4 meter achter mij dus schreeuwen was echt niet noodzakelijk) dat ik dat flesje niet moest aannemen waarop ik haar vroeg haar stem te temperen en mij niet als een Egyptenaar toe te schreeuwen.

Op de terugweg van de piramides plaatse Pieter nog een “leuke” opmerking naar mij: “geniet je een beetje van je vakantie in Egypte?” Wil (die inmiddels in onze taxi was gaan zitten) keek vol verbazing naar mij en zat op een reactie van mij te wachten, ik heb deze maar achterwege gelaten.

Om 16.00 uur zou er een gesprek plaatsvinden met een Egyptische advocate, een vertaler, Inge en Pieter. Wil en ik hebben ons teruggetrokken naar ons hotel om ons voor te bereiden op het gesprek met Sigried, een vrouw van Duitse afkomst die al 4 jaar aan het procederen is om haar jongste dochtertje terug te krijgen die door haar oudste dochter en Egyptische echtgenoot uit Duitsland is ontvoerd. Al 4 jaar procederen zonder succes.

Rond 19.00 uur waren Wil en ik in het Ramses-Nile Hotel voor dit gesprek. Pieter had ons op woensdag voor dit gesprek uitgenodigd. Nergens waren Inge, Pieter of wie dan ook van de groep in dit hotel te vinden.

Wij zijn in de lobby gaan zitten, met zicht op de ingangen naar het restaurant, de liften en de uitgangen. Rond 22.30 uur zijn wij maar weer terug naar ons hotel gegaan, mede om het feit dat ik het spelletje dat door Inge en Pieter gespeeld werd MEER dan zat was.

Omstreeks 00.40 uur komt Inge weer in ons hotel aan en vertelt het navolgende:

“Ik heb de hele avond alleen in de stad gelopen want de jongens zijn na het gesprek met de advocaat naar bed gegaan. Ik heb nog wel met Sigried en de advocate gesproken. Deze advocate ziet wel degelijk mogelijkheden voor een omgangsregeling met de kinderen op basis van Art. 70 van één of andere Egyptische wetgeving. Zodra ik de kinderen heb, dan zal zij zorgdragen voor een “smokkelvlucht” via Cairo International Airport naar Nederland. Inge moest wel 1200 Dollar aan een voorschot CONTANT betalen.”

Ik kan deze situatie niet begrijpen, Inge heeft ALLE rechtsprocedures in Egypte al doorlopen en nu is er opeens een advocate die op basis van een wazig wetsartikel opeens wel wegen voor Inge ziet, dat tegen betaling van een voorschot ad 1200 Dollar.

In alle rust confronteer ik Inge met de onjuistheden van dit verhaal. Een Egyptische advocate zal zich nooit en ten nimmer in Egypte schuldig maken aan een ontvoering omdat zij dan 25 jaar dwangarbeid tegemoet kan zien en het is gewoonweg ONMOGELIJK om zonder geldige reisdocumenten middels Cairo Airport het land te verlaten omdat er meerdere paspoortcontroles zijn voordat je in het vliegtuig zit. (Op de terugweg heb ik 7 paspoortcontroles kunnen tellen)

Tevens zeg ik haar dat ik het spelletje tussen haar en Pieter meer dan zat ben, ik de veiligheid van Wil en mij ga indekken en zij maar moeten doen wat zij goeddunken, maar niet over mijn rug, waarbij ik haar scheldende uitspraken en gedrag naar mij onacceptabel vindt, mede om het feit dat ik volledig belangeloos mijzelf voor haar inzet en zij door mijn inzet nu GRATIS en voor NIETS in Egypte zit.

Inge begint weer te schreeuwen: “Jij bent net zo een rat als de rest, het gaat bij jou alleen om het geld, ik ga nu naar beneden want daar heb ik een afspraak met een onderwereld advocaat”.

Na enige tijd gewacht te hebben loop ik de slaapkamer van Wil binnen, daar zit Inge op de bank haar “nood te klagen” tegenover Wil. Ik excuseer mij voor deze onderbreking en zeg tegen Inge: “moest jij niet naar die onderwereldadvocaat die in de lobby zit te wachten?”

Inge loopt middels de tussendeur naar de andere kamer, gilt dat ik een “kankerlijer” ben. Ik vraag nogmaals wat ze zei om zeker van haar uitspraak te zijn en zij roept nogmaals: “je bent een kankerlijer”.

Wil zegt tegen mij op een Brabantse nuchtere manier: “ik denk dat jij vannacht de kamer voor jou alleen hebt”, waarop ik naar mijn kamer loop en zie dat Inge haar koffers aan het pakken is. Kort daarna verdwijnt zij naar beneden voor haar afspraak doch laat haar koffers op de kamer staan.

Rond 01.45 uur komt Inge op de kamer terug, zij gaat direct op het balkon zitten en ik vraag haar vanuit de kamer van Wil of zij in staat is om een rustig gesprek te voeren om tot een oplossing van het conflict te komen, waarop zij antwoord: “wij zijn uitgepraat”.

Die nacht heeft Inge bij wil op de bank geslapen.

7 februari 2004

De volgende ochtend was Inge al voor dag en dauw verdwenen en Wil vertelde mij bij het ontbijt dat ook deze onderwereldadvocaat weer om keiharde dollars vroeg alvorens hij ook maar iets zou gaan doen. Tsja, zo is het nu eenmaal in Egypte, daar is maar één wet en dat is de wet van de Amerikaanse Dollar.

Tevens begreep ik van Wil dat Pieter en Inge een afspraak op zondagochtend 08.30 uur op de Nederlandse Ambassade gemaakt hadden maar ook gepland hadden om omstreeks 06.00 uur richting Mahalla te vertrekken. De plaats waar niemand van de “crew” meer mocht komen.

Rond het middaguur hadden wij met Pieter en de groep afgesproken in zijn hotel. Wil en ik zaten daar te wachten in de lobby en zagen de rest van de groep binnenkomen.

Pieter nam naast mij plaats en viel direct tegen mij uit:

“Wie denk jij wel niet dat je bent om Inge van de kamer af te gooien, als er iemand van de kamer wordt afgegooid dan doe ik dat bij jou want het zijn mijn kamers, jij hebt niets te vertellen.”

In alle rust probeer ik Pieter aan het verstand te brengen dat ik Inge NIET van de kamer heb gezet, maar dat zij deze beslissing zelfstandig genomen heeft en dat werd gelukkig erkend door Wil, die desbetreffend gesprek van gisteren volledig heeft meegemaakt.

Tevens gaf ik hem mijn ziensbeeld op de verklaring van Inge haar verhaal over die vrouwelijke advocaat en dat dit voor geen meter zou kloppen daar een Egyptische advocaat zich nimmer aan kindersmokkel in Egypte zou schuldig maken.

Pieter zei met verheven stem dat dit een onjuiste weergave van het gesprek was, waarop ik reageerde dat dit de exacte woorden van Inge waren, waarbij Wil dit weer kon bevestigen.
Inge begon WEER tegen mij te schelden als een “viswijf” nu haar leugens tegenover Pieter omtrent mij de grond werden ingeboord.

Ik maakte van deze mogelijkheid gebruik om Pieter te informeren inzake de afspraak van Inge met die “onderwereldadvocaat”, waarop Inge wederom begon te ketteren dat dit mijn zaken niet waren, ze werd als maar roder en roder van woede.

Om mij alsnog met mijn rug tegen de muur te zetten verlangde Pieter de 1000 Dollar tot op de cent terug. Ik legde hem uit dat wij voor de lunch etc. het één en ander gebruikt hadden en dat hij dat geld de volgende dag terug zou krijgen als hij mij mijn vliegticket zou overhandigen, zodat ik ALTIJD terug naar Nederland kon vliegen, waarna ik deze groep heb verlaten en ALLEEN naar mijn hotel ben teruggegaan.

Na een aantal uren kwamen Wil en Inge hun kamer op, heb ik liggen afwachten wat er zou gebeuren waarop Wil na enige tijd bij mij verscheen met de uitspraak: “wat een ellende, dat ik dit moet meemaken”.

8 februari 2004

Vanaf deze dag hebben Wil en ik onze tijd “versleten” in het hotel om geen “deelgenoot” te worden van eventuele rare acties van Pieter en Inge. Regelmatig lieten wij ons gezicht in de lobby zien, zodat er meer dan voldoende getuigen (hotelpersoneel) waren dat wij de hele dag in het hotel zijn gebleven, je weet maar nooit waar dit goed voor is.

9 februari 2004

De dag van vertrek. Ik vernam van Wil dat de hele groep vandaag naar Mahalla zou gaan waarop ik hem adviseerde gelijk met mij naar het vliegveld te gaan om problemen te voorkomen. Hoe eerder wij door de douane zouden zijn, hoe beter het voor ons was want ik voorzag nog wel problemen in Mahalla, mede om het feit dat de crew ook nog banden met opnames had achtergehouden.

Als er bij een douanecontrole banden gevonden zouden worden met daarop diverse opnames uit Egypte en Mahalla dan waren de problemen misschien niet te overzien en daar wilde ik en Wil niet het slachtoffer van worden.

De hele dag weer in het hotel blijven hangen waarbij wij regelmatig naar de lobby zijn gegaan om “gezien” te worden.

Nadat alle uitcheckproblemen waren afgehandeld (en Inge v.w.b. haar bezoek aan Mahalla aan Wil kenbaar heeft gemaakt: “bezint eer je begint”, waarbij zij liet zien dat er vingerafdrukken van haar waren afgenomen) hebben Wil en ik omstreeks 18.00 uur een taxi naar het vliegveld genomen. We vlogen wel pas om 02.00 uur, maar ik wilde weg uit deze uiterst onveilige situatie in Cairo.

Na enige uren verscheen de rest van de groep m.u.v. Inge op het vliegveld. De afwezigheid van Inge verbaasde mij wel, doch ik heb hieromtrent geen contact met Pieter gezocht want de veiligheid en positie van Inge was zijn verantwoording en niet de mijne.

Eerst heb ik de “crew” op grote afstand door de douanecontroles laten gaan en na een half uur zijn Wil en ik gaan inchecken. Enige uren later kwamen wij op Schiphol aan waar ik Pieter (middels de standaard normen en waarden) nog een hand wilde geven om hem succes met deze zaak toe te wensen waarbij hij mijn gebaar niet accepteerde.

 

Arnhem, 16 februari 2004

Jac. H. Smits


Laat een reactie achter.





*