DutchEnglishFrenchGerman
Kinderen zijn onze toekomst, daar moeten we zuinig op zijn

Voorstel aan PvdA

Voorstel aan PvdA fractie en gespreksverslag d.d. 1 december 2004

Inleiding

Sedert enige jaren zet ik, Jacques Smits, mij in voor de bescherming van de rechten van het (ontvoerde) minderjarige Nederlandse kind. In eerste instantie werd deze inzet ontplooid middels mijn toenmalig (door het Ministerie van Justitie erkende en toegelaten) particulier recherchebureau Intercept doch sedert 3 jaar middels de Stichting Kinderontvoering, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Arnhem onder nummer 09129523, waarbij de statuten in een door een notaris opgestelde akte van oprichting alsvolgt luiden:

Statuten Stichting Kinderontvoering

De comparant verklaarde bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de navolgende statuten vast te stellen:

Naam en zetel.

Artikel 1.

1. De stichting draagt de naam: Stichting Kinderontvoering.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Arnhem.

Doel

Artikel 2.

1. De stichting heeft ten doel:

a. het adviseren en begeleiden inzake juridische procedures met betrekking tot het voorkomen van (internationale) kinderontvoering casu quo onttrekkingen uit het ouderlijk gezag;

b. het adviseren en begeleiden van gedupeerden casu quo achterblijvers die met nationale en internationale kinderontvoering casu quo onttrekkingen uit het ouderlijk gezag geconfronteerd zijn;

c. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

a. het adviseren en begeleiden van de advocatuur welke belast is met kinderontvoering casu quo onttrekking uit het ouderlijk gezag;

b. het middels de media naar buiten treden inzake het publiekelijk bekend maken van waarheidsbevindingen inzake discutabele en/of onjuiste rapportages van (semi) overheidsorganen, waarbij de rechten van het kind aantoonbaar zijn genegeerd casu quo beschadigd en/of aangetast;

c. het verstrekken van opdrachten aan derden met de intentie tot het verlenen van juridische bijstand voor de benadeelden en/of achterblijvers en/of het verstrekken van opdrachten met de intentie tot de daadwerkelijke opsporing en repatriëring van de aan het ouderlijk gezag onttrokken casu quo (internationaal) ontvoerde kinderen;

d. het verwerven van fondsen en/of donaties ter dekking van de door de stichting gemaakte kosten.

Het is een vaststaand en door het Ministerie van Justitie erken gegeven dat er gemiddeld 120 minderjarige kinderen per jaar middels onttrekking aan het ouderlijk gezag over de Nederlandse grenzen na een (v)echtscheiding of relatiebreuk verdwijnen, waarbij het overgrote deel van deze kinderen naar Arabische landen ontvoerd worden door de biologische vader of in opdracht van de biologische vader.

In mindere mate is het bekend dat biologische moeders Nederlandse kinderen naar het buitenland ontvoeren, doch er zijn een aantal zaken bij ons bekend waarbij de kinderen naar Polen, Rusland en de Oekraïne onttrokken worden.

Huidige situatie

Op dit moment biedt de Nederlandse wetgeving geen enkele bescherming voor kinderen die onder een daadwerkelijke ontvoeringdreiging vallen daar het Wetboek van Strafrecht het navolgende omtrent onttrekking/ontvoering schrijft:

Wetboek van Strafrecht

Titel XVIII . Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 278
Hij die iemand over de grenzen van het Rijk in Europa voert, met het oogmerk om hem wederrechtelijk onder de macht van een ander te brengen of om hem in hulpeloze toestand te verplaatsen, wordt, als schuldig aan mensenroof, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 279
1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd , of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Artikel 280
1. Hij die opzettelijk een minderjarige die onttrokken is of zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergt of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Het voorgaande is niet van toepassing op hem die
a. de raad voor de kinderbescherming onverwijld de verblijfplaats van de minderjarige meedeelt; of
b. op grond van de Wet op de jeugdhulpverlening voor bekostiging in aanmerking is gebracht en handelt overeenkomstig de artikelen 25 en 26 van die wet; of
c. handelt in het kader van zorgvuldige hulpverlening aan de minderjarige.

3. Van zorgvuldige hulpverlening vormen de onverwijlde melding dat hulp wordt verleend alsmede de onverwijlde bekendmaking van de identiteit van de hulpverlener en zijn plaats van verblijf of vestiging aan degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, bestanddelen.

Artikel 281
1. Als schuldig aan schaking wordt gestraft :
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, hij die een minderjarige vrouw, zonder de wil van haar ouders of voogden doch met haar toestemming, wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, hij die een vrouw door list, geweld of bedreiging met geweld wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren.

2. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht.
3. De klacht geschiedt:
a. indien de vrouw tijdens de wegvoering minderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door iemand wiens toestemming zij tot het aangaan van een huwelijk behoeft;
b. indien zij tijdens de wegvoering meerderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door haar echtgenoot.

4. Indien de schaker met de weggevoerde een huwelijk heeft gesloten, heeft geen veroordeling plaats, dan nadat de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken.

Artikel 282
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving een plaats verschaft.

Artikel 282a
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Indien het feit de dood ten gevolge heeft wordt hij gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Het vierde lid van artikel 282 is toepasselijk.

Artikel 283
1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd wordt of beroofd blijft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

Uit eerder vermelde wetsartikelen blijkt dat de achtergebleven ouder pas na de voltooiing van enig eerder vermeld strafrechtelijk misdrijf tot aangifte c.q. verzoek tot vervolging kan overgaan waarbij het meest kwalijke al is geschiedt, het kind c.q. de kinderen zijn dan inmiddels al over onze landsgrenzen heen ‘gebracht’, waardoor het Internationaal Recht en het Haags Kinderverdrag van toepassing gaat worden.

Haags Kinderverdrag

Middels het Haags Kinderverdrag en de Nederlandse Centrale Autoriteit kan er een teruggeleidingsverzoek van het onttrokken kind plaatsvinden bij de 71 landen die op dit moment zijn aangesloten bij eerder vermeld Verdrag.

De praktijk toont helaas aan dat Verdragslanden dankbaar ‘misbruik’ maken van de diverse betwistbare regeltjes binnen dit Verdrag waardoor er alsnog geen sprake kan zijn van een teruggeleiding volgens dit Verdrag.

Geen van de Arabische/Moslim landen erkennen dit Haagse Kinderverdrag, m.u.v. Egypte die dit Verdrag wel ondertekend heeft maar met de clausule dat dit Verdrag ondergeschikt is aan de Egyptische wetgevingen m.a.w., dit Verdrag heeft geheel geen effectiviteit voor naar Egypte ontvoerde kinderen.

Arabisch religieuze wetgeving

Dat de rechten van de vrouw in Arabische landen geheel anders is dan in de Westerse landen is ook een vaststaand feit, vrouwen mogen aldaar geen echtscheiding aanvragen, de ‘eer’ hiertoe is alleen aan de man toegewezen.

Wanneer de man een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend, dan valt het gezag over de uit dit huwelijk geboren kinderen direct aan de man en de vrouw heeft dan het recht om middels gerechtelijke procedures een omgangsregeling af te dwingen waarbij e.e.a. strijdig is op de Koran, daar de kinderen tot het bereiken van een bepaalde leeftijd bij de moeder dienen te verblijven voor de verzorging en de opvoeding.

Wanneer een Nederlandse vader van Arabische afkomst de kinderen naar zijn geboorteland overbrengt, dan verkrijgt hij aldaar direct alle rechten zoals hierboven omschreven waardoor de Nederlandse moeder (in Nederland gescheiden) met lege handen achterblijft.

Het kan ook zo zijn dat desbetreffende Nederlandse vader de echtscheiding niet heeft ingeschreven in zijn geboorteland, waardoor aldaar het huwelijk niet is ontbonden volgens de Arabische wetgevingen. Het gevolg hiervan kan zijn dat als de moeder voor een bezoekregeling of een juridische procedure in desbetreffend land aanwezig is, zij het land niet meer kan/mag verlaten omdat de Arabische echtgenoot de ‘macht’ heeft haar het uitreizen van dat land te verbieden, waardoor ook nog een mogelijke gijzelingssituatie van een volwassen Nederlandse kan gaan ontstaan.

Daar de Nederlandse Centrale Autoriteit geen enkel ‘Haags Kinderverdrag’ binding met desbetreffend Arabisch land heeft, kan er ook geen beroep gedaan worden op dit Haags Kinderverdrag en kunnen er alleen langslepende briefwisselingen plaatsvinden tussen BuZa, de Nederlandse Ambassade in desbetreffend land en Buitenlandse Zaken van dat land.

Het is inmiddels ook een gegeven dat de rechten van dit ontvoerde Nederlandse kind afhangt van het feit ‘hoe hard desbetreffende ambassade wenst te lopen voor dit kind’ (deze uitspraak is verschenen in het dagblad “De Tubantia”), hierbij o.a. verwijzende naar de langslepende ontvoeringszaken van:

1. Hamza Borkhuis uit Assen;

2. Isra uit Goor, die naar Libië is ontvoerd nadat haar moeder is vermoord;

3. Nancy en Kamillia Trakzel die naar Caïro zijn ontvoerd nadat de moeder zwaar is mishandeld;

4. Shaddy Heggzy uit Eindhoven, die naar Caïro is ontvoerd;

5. Yannis en Lucas Ghaddar, die naar Libanon zijn ontvoerd.

Voorkoming ontvoering/wetsaanpassing

Ondanks dat vele achterblijvers in een voorafgaand stadium aan de ontvoering duidelijk kunnen bewijzen dat de (aanstaande) ex-partner voornemens is om het kind c.q. de kinderen te ontvoeren, krijgen deze achterblijvers geen gehoor aan hun noodkreten en komt er pas een reactie als het strafrechtelijke misdrijf ‘onttrekking’ volledig voltooid is.

Daarna volgt een lange weg waarbij deze achterblijver nog veel onbegrip tegenkomt.

Bij een gedwongen ‘omgangsregeling’ middels de R.v.d.K. (die niet naar de noodkreten van de moeder wenste te luisteren en heeft kunnen leiden tot het gelegenheid geven voor een ontvoering) trekt de R.v.d.K. onderhavige zaak in, wenst geen verantwoording te dragen omdat het kind niet meer in Nederland is en sluit het dossier;
Aangifte van o.a. Art. 279 Sr. Bij de politie vindt met veel moeite plaats omdat deze opsporingsdienst onttrekking ouderlijk gezag maar al te graag afdoen als een familierechterlijke zaak, dus civiel en niet voor Proces-verbaal vatbaar;
Wanneer uiteindelijk Proces-verbaal is opgemaakt de O.v.J. ervan overtuigen dat de juiste weg bewandeld dient te worden (zie de schrijnende zaak van Yannis en Lucas Ghaddar uit Heiloo/rechtbank Alkmaar), waarna de diverse signaleringen van de ontvoerende vader en kinderen middels Interpol geactiveerd worden;
Buitenlandse Zaken en desbetreffende ambassades die continue geactiveerd moeten worden om deze zaken onder ogen te brengen van de autoriteiten van desbetreffende landen. De ambassades nemen zelf een sterk passieve houding in als het gaat om Internationale Kinderontvoering, zie de zaken Yannis en Lucas Ghaddar (waarbij zelfs sprake is van leugen en bedrog door desbetreffende ambassade), Nancy en Kamillia Trakzel en Shaddy Heggzy.

Dit alles kan DIRECT voorkomen worden wanneer de artikelen 45 en 46 Wetboek van Strafrecht ingevoegd worden bij Artikel 279 Strafrecht.

Sr. 45 en 46 schrijft alsvolgt:

Wetboek van Strafrecht
Titel IV. Poging en voorbereiding

Artikel 45
1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
3. Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
4. De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.

Artikel 46
1. Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij voorbereiding met de helft verminderd.
3. Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste tien jaren.
4. De bijkomende straffen zijn voor voorbereiding dezelfde als voor het voltooide misdrijf.
5. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Artikel 46a
Poging om een ander door een der in artikel 47, eerste lid onder 2e, vermelde middelen te bewegen om een misdrijf te begaan, is strafbaar, met dien verstande dat geen zwaardere straf wordt uitgesproken dan ter zake van poging tot het misdrijf of, indien zodanige poging niet strafbaar is, terzake van het misdrijf zelf kan worden opgelegd.

Artikel 46b
Voorbereiding noch poging bestaat indien het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

Tot op heden vindt de verantwoordelijke en gezagdragende ouder geen gehoor bij enige opsporingsinstantie wanneer er aangifte op basis van 45 en/of 46 Sr. Gedaan wenst te worden omdat er in deze geen of zeer onduidelijke ‘richtlijnen’ zijn, daarbij komt dat een ouder in deze regelmatig als ‘betweter’ wordt afgedaan wanneer deze over vermelde artikelen begint te praten.

Het is bekend dat vele Nederlandse vaders, van Arabische afkomst, hun kinderen laat bijschrijven in zijn Arabische paspoort c.q. voor de kinderen eigen Arabische paspoorten verkrijgt omdat voor deze landen de toestemming van een moeder niet noodzakelijk is voor de afgifte c.q. bijschrijving op een paspoort.

Alleen dit kan al een reden zijn om artikel 45 en/of 46 Sr. van toepassing te laten zijn, omdat hiermee de mogelijkheden tot een grensoverschrijdende ontvoering als ‘voornemen tot het begin van de uitvoering’ betiteld kan worden.

Zo zijn er nog meerdere onderbouwingen zoals getuigenverklaringen, reeds eerder gepleegde pogingen etc. etc.

Besprekingsverslag 01-12-2004
13.30 uur – 14.35 uur

P.v.d.A: Anja Timmer (AT)
Claudia Compier (CC) – juriste

Stichting: Jacques Smits (JS)
Celeste Tournier (CT)

Besproken punten:

1. Invoeging art. 45/46 Sr bij 279 Sr.
2. Werkwijze/houding R.v.d.K.
3. Werkwijze/houding Centrale Autoriteit
4. Werkwijze/houding Buitenlandse Zaken
5. Werkwijze/houding Nederlandse ambassade’s
6. Paspoortproblematiek niet Verdragslanden
7. Problematiek Claudia, Qiuncy en Celine Zijderhand
8. Problematiek Celeste Tournier, Yannis/Lucas Ghaddar
9. Problematiek Diana en Naomi Simons
10. Problematiek Petra en Kirsty de Kok
11. Werkwijze Interpol
12. Resumé

Inleiding

Ondanks dat vele achterblijvers in een voorafgaand stadium aan de ontvoering duidelijk kunnen bewijzen dat de (aanstaande) ex-partner voornemens is om het kind c.q. de kinderen te ontvoeren, krijgen deze achterblijvers geen gehoor aan hun noodkreten en komt er pas een reactie als het strafrechtelijke misdrijf ‘onttrekking’ volledig is voltooid.

Daarna volgt een lange weg waarbij deze achterblijver nog veel onbegrip tegenkomt.

1. Bij een gedwongen ‘omgangsregeling’ middels de R.v.d.K. (die niet naar de noodkreten van de moeder wenste te luisteren en heeft kunnen leiden tot het gelegenheid geven voor een ontvoering) trekt de R.v.d.K. onderhavige zaak in, wenst geen verantwoording te dragen omdat het kind niet meer in Nederland is en sluit het dossier;
2. Aangifte van o.a. Art. 279 Sr. Bij de politie vindt met veel moeite plaats omdat deze opsporingsdienst onttrekking ouderlijk gezag maar al te graag afdoen als een familierechterlijke zaak, dus civiel en niet voor Proces-verbaal vatbaar;
3. Wanneer uiteindelijk Proces-verbaal is opgemaakt moet de achterblijvende ouder de O.v.J. ervan overtuigen dat de juiste weg bewandeld dient te worden (zie de schrijnende zaak van Yannis en Lucas Ghaddar uit Heiloo/rechtbank Alkmaar), waarna de diverse signaleringen van de ontvoerende vader en kinderen middels Interpol geactiveerd worden;
4. Buitenlandse Zaken en desbetreffende ambassades die continue geactiveerd moeten worden om deze zaken onder ogen te brengen van de autoriteiten van desbetreffende landen. De ambassades nemen zelf een sterk passieve houding in als het gaat om Internationale Kinderontvoering, zie de zaken Yannis en Lucas Ghaddar (waarbij zelfs sprake is van leugen en bedrog door desbetreffende ambassade), Nancy en Kamillia Trakzel en Shaddy Heggzy.

Dit alles kan voorkomen worden wanneer de artikelen 45 en 46 Wetboek van Strafrecht direct worden ingevoegd bij Artikel 279 Strafrecht.

Invoeging art. 45/46 Sr. bij 279. Sr.

Onderhavige problematiek is bij AT bekend daar zij meerdere ‘hulpverzoeken’ op haar bureau heeft gekregen nadat zij binnen de partij het verzoek heeft gekregen zich in deze materie te gaan verdiepen.

AT vermeld dat er sedert 2 jaar een speciale commissie door Donner in het leven is geroepen om nader onderzoek te doen betreffende Internationale Kinderontvoeringen en deze commissie zou op 15 november 2004 rapportage uitbrengen.

Bij AT is op voordracht van JS nu ook gebleken dat er geen enkele wettelijke maatregel is getroffen ter voorkoming van Internationale Kinderontvoering en dat invoeging van 45/46 Sr. op 279 Sr. ontvoeringen kan voorkomen.

Een wetswijziging in deze kan volgens AT lang tijd duren, doch JS stelt dat wanneer er nu niet aan begonnen wordt, kunnen er ieder jaar meerdere kinderen die onder een bedreiging vallen zonder sanctieoplegging aan het ouderlijk gezag worden onttrokken en naar o.a. niet Verdragslanden worden overgebracht.

Door JS verzocht of er tot datum wetswijziging geen ‘tijdelijke maatregelen’ in de zin van 45/46 Sr. getroffen kan worden zodat er in ieder geval tot die datum al meer bescherming voor de onder ontvoeringdreiging vallende kinderen geboden kan worden, want nu is er geheel geen bescherming.

AT was ‘zoekende’ naar ‘handvaten’ om deze problematiek in de Kamer bespreekbaar te maken en ziet het door JS aangeboden voorstel tot wetswijziging mogelijk als deze, daar onderhavige invoeging ontvoeringen kan voorkomen.

AT heeft de toezegging gedaan dat zij zich, na het inwinnen van juridisch advies, volledig zal inzetten om meer beschermende maatregelen c.q. een wetswijziging als gevolg te treffen met als richtlijn de invoeging van 45/46 Sr. op 279 Sr. en zal dan ook nader bekijken hoe ze dit voorstel op de agenda van de 2e Kamer kan krijgen.

Werkwijze/houding R.v.d.K.

AT vroeg zich af hoe ‘een omgang’ onderbegeleiding, opgelegd middels een uitspraak van de Voorzieningenrechter, op dit moment loopt daar er voor deze omgangsregelingen geen geld meer is.

JS heeft erop gewezen dat dit soort van omgang zeer stroef verloopt omdat de aanwezige omgangshuizen met lange wachttijden zitten (6 tot 9 maanden) waardoor een omgang ZONDER begeleiding het gevolg kan zijn middels een advies van de R.v.d.K. aan de Voorzieningenrechter, waarbij een ontvoering van het kind c.q. de kinderen het directe gevolg kan zijn.

Wanneer een moeder de R.v.d.K. op de ontvoeringdreiging wijst, dan gaat de R.v.d.K. hier geheel niet op in en zegt meestal tegen de moeder dat dit een probleem is dat tussen ‘haar’ oren zou zitten. AT erkende deze uitspraak vaker vernomen te hebben.

JS stelt dat wanneer het kind dan éénmaal aan het ouderlijk gezag van de moeder onttrokken zou zijn, de R.v.d.K. geen verantwoording voor de (op hun advies) ontstane situatie wenst te dragen en sluit het dossier af omdat het kind (c.q. de kinderen) niet meer in Nederland is.

Hierbij werd door JS o.a. verwezen naar de zaak Aneta Szadkowska/Herman Ploeger, waarbij de laatste tot 3 maal toe (op advies van de Raad) een omgangsregeling heeft gekregen waarbij hij 3 maal de kinderen aan het ouderlijk gezag van Aneta heeft onttrokken met als laatste onderduiklanden Venezuela en Guyana.

Nadat JS verwezen had naar het conflict met voormalig staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken betreffende de verleende Bijzondere Bijstand door de Gemeente Assen om de ontvoerde kinderen in Venezuela op te sporen kon AT zich deze zaak weer herinneren.

JS stelt dat de R.v.d.K. geen onderzoeken naar waarheidsvinding verrichten, welke ook door de R.v.d.K. wordt beaamt, waardoor totaal éénzijdige rapportages aan de Rechtbank worden aangeboden, waarbij in een groot aantal gevallen opzettelijk ‘valsheid in geschrifte’ door de R.v.d.K. wordt gepleegd om hun doelstelling te kunnen bereiken. Deze stelling wordt door Prof. Peter Hoefnagels (Emeritus Hoogleraar Straf-, Familierecht en Criminologie Erasmus Universiteit te Rotterdam) onderbouwd en zijn terug te vinden op de webpagina van de stichting, www.kinderontvoering.info

AT gaat omtrent de werkwijze van de R.v.d.K. nader onderzoek verrichten middels het Ministerie van Justitie.

Werkwijze/houding Centrale Autoriteit

Inmiddels bij alle achterblijvers van Internationale Kinderontvoering en AT bekend (door ontvangen klachten) dat de houding van de C.A. (in deze mw. Mr. S.A.M. Oostvogels) veel te wensen overlaat. Zeker als het gaat om het verstrekken informatie naar achterblijvers. Door het secretariaat worden wel telefoonnotities gemaakt, doch er wordt nagenoeg nimmer teruggebeld. De stichting deze klachten ook vanuit de advocatuur moeten vernemen.

Als kanttekening werd door JS geplaatst dat Boris Diettrich van D’66 ruim 2 jaar geleden 350.000 euro extra heeft vrijgemaakt voor de C.A., doch dat tot op heden onbekend is wat er met deze gelden door de C.A. gedaan is.

Voor wat betreft teruggeleidingen van Nederlandse kinderen naar andere Verdragslanden is bekend dat mw. Oostvogels alles in het werk stelt om deze teruggeleiding, ingevolge het Verdrag, zo snel mogelijk te bewerkstelligen (zaken Claudia Zijderhand/Canada en Petra de Kok/Australië) waarbij volledig wordt nagelaten om een onderzoek naar waarheidsvinding in te stellen ook als er sprake is van mogelijk gepleegde incest door de buitenlandse vader op het kind (Petra de Kok).

JS vraagt aandacht voor de zaak Diana en Naomi Simons, C.A. nummer: IKO-04/0063.

Nadat Diana voor de zoveelste maal door haar Italiaanse echtgenoot is mishandeld (waarvan Processen-verbaal zijn opgemaakt) richt zij een telefonisch hulpverzoek aan de Nederlandse ambassade in Italië. Deze verwijst haar door naar de C.A. te Den Haag. Van deze krijgt zij het advies om samen met het kind naar Nederland te komen, waarna de ‘zaken’ in Nederland verder zullen worden afgehandeld.

Wanneer Nederlandse kinderen op verzoek van buitenlandse mogendheden naar desbetreffend land teruggeleid moeten worden, dan ondernemen ons C.A. directe en adequate actie doch als sprake is van het naar Nederland teruggeleiden van ontvoerde kinderen is de inzet vanuit de C.A. zeer traag en geheel niet doortastend zoals andere Verdragslanden naar Nederland tonen.

AT gaat omtrent het besprokene contact opnemen met de C.A. en mw. S.A.M. Oostvogels.

Werkwijze/houding Buitenlandse Zaken

BuZa wordt door de C.A. ingeschakeld wanneer het een ontvoering naar niet Verdragslanden betreft. Volgens de (voor BuZa) gangbare procedure richten zij, middels de locale Nederlandse ambassade, het verzoek aan BuZa van desbetreffend land om aan het door Nederland uitgevaardigde teruggeleidingsverzoek te voldoen c.q. verzoeken zij om de aandacht van desbetreffend Ministerie voor onderhavige zaak.

Wanneer dit buitenlandse departement hierop niet wenst te reageren, en de locale Nederlandse ambassade weigert harder te lopen dan men gewend is, dan is er geen oplossing voor deze ontvoering/gijzeling voor handen, waardoor achterblijvers veelal een beroep doen op de stichting kinderontvoering die middels andere (voor desbetreffend land meestal niet legale) wegen de ontvoerde kinderen wel terug tracht te halen.

Zo een weg is die middels Interpol, zeker als het land waar het kind verblijft aangesloten is bij Interpol. Hierbij door JS verwijzende naar de ontvoeringszaak van Yannis en Lucas Ghaddar welke nu gedwongen in Zuid-Libanon verblijven.

Meer hieromtrent onder het punt ‘Problematiek Celeste Tournier’

BuZa kan helaas alleen (middels de in niet Verdragslanden aanwezige ambassade’s) het ‘vriendelijk verzoek om aandacht voor onderhavige ontvoeringszaken’ richten aan de Ministeries van BuZa van deze niet Verdragslanden en wanneer er op deze vriendelijke verzoeken geen reactie komt is het een ‘uitgelopen race’.

Zie hiertoe o.a. de zaken Nancy en Kamillia Trakzel in Egypte, Hamza Borkhuis uit Assen, Shaddy Heggzy in Egypte en Yannis, Lucas Ghaddar in Libanon.

Daarbij komt dan BuZa kenbaar gemaakt heeft ‘niet op gespannen voet met een vreemde mogendheid te willen komen staan voor een kind’.

AT vindt dit een onbegrijpelijke houding van BuZa en gaat dit nader onderzoeken.

Werkwijze/houding Nederlandse ambassades

JS stelt hierin heel erg kort te kunnen zijn, de Nederlandse ambassades zetten zich nagenoeg niet tot geheel niet in voor naar desbetreffende landen ontvoerde Nederlandse kinderen, zeker als we praten over niet Verdragslanden.

AT vindt dit een zeer kwalijk punt en gaat dit verder uitzoeken, in deze ook de houding van de Nederlandse ambassade m.b.t. het niet ‘nakomen’ van de verkregen opdracht van BuZa inzake de ontvoeringszaak Yannis en Lucas Ghaddar.

Paspoortproblematiek niet Verdragslanden

AT en CC vragen zich af hoe ‘de rode draad’ loopt bij afgifte van buitenlandse paspoorten voor Nederlandse kinderen of het eventueel bijschrijven van Nederlandse kinderen op buitenlandse paspoorten.

JS legt uit dat op buitenlandse ambassades in Nederland en op de ministeries van desbetreffende (Arabische) landen ALLES te regelen is wanneer een financiële transactie t.g.v. desbetreffende ‘ambtenaar’ persoonlijk maar voldoende is.

JS verwijst hierbij naar de paspoortbijschrijving van het ontvoerde kindje Isra uit Goor.

JS stelt zelfs dat wanneer een Nederlander van Arabische afkomst TEN ALLE TIJDEN op zijn ambassade in Nederland een nieuw paspoort kan aanschaffen (tegen betaling) daar hij altijd een landgenoot uit desbetreffend land blijft.

AT gaat dit nader onderzoeken.

Problematiek Claudia, Quincy en Celine Zijderhand

AT haalt de zaak Claudia Zijderhand aan waarbij JS te kennen geeft dat de C.A. in deze ‘klakkeloos’ en zonder onderzoek naar waarheidsvinding gereageerd heeft op een verzoek van de C.A. Canada, waarna de Nederlandse kinderen Quincy en Celine naar de vader in Canada zijn teruggeleid. Op dit moment is de Nederlandse C.A. niet eens meer bij machte om een ‘omgangsregeling’ tot stand te brengen tussen de kinderen en hun moeder omdat de vader iedere vorm van persoonlijke omgang tegengaat, waarbij onze C.A. weigert ‘haar op de tanden’ te laten zien om gevolg te geven aan het Haags Kinderverdrag.

AT gaat nadere informatie betreffende deze zaak bij de C.A. en BuZa inwinnen.

Problematiek Celeste Tournier en Yannis/Lucas Ghaddar

Op verzoek van AT doet CT haar verhaal omtrent deze ontvoering en de problemen waar zij tegenaan loopt bij de behandeling van deze zaak binnen de Nederlandse autoriteiten. Tevens vertelt CT hoe zij haar recentelijk bezoek aan Libanon heeft ervaren in deze ook v.w.b. de verkregen ‘bijstand’ van de Nederlandse ambassade aldaar.

JS gaat hier dieper op in door AT en CC erover te informeren dat hij Generaal Boustany, hfd. Interpol Libanon, in Beiroet persoonlijk (onder aanwezigheid van een getuige, in deze Winnie van Galen = verslaggever van het Noordhollands Dagblad =) gesproken heeft en dat deze de toezegging had gedaan zijn medewerking te verlenen aan de aanhouding van de ontvoerder en aan de repatriëring van beide kinderen mits BuZa Nederland hiertoe, middels de Nederlandse ambassade, een verzoek tot bijstand zou doen aan de Procureur-Generaal (Adnan Addoum) van Libanon.

De ambassade heeft vanuit BuZa Nederland hiertoe het ‘groen licht’ verkregen doch hier nimmer gebruik van gemaakt en is de daadwerkelijke feiten en omstandigheden gaan verdraaien waardoor CT, JS en de verslaggever van het Noordhollands Dagblad met ‘lege handen’ naar Nederland moesten terugkeren.

Zie verder ‘Werkwijze Interpol’.

AT gaat BuZa in deze om opheldering vragen waarom desbetreffende ambassade niet aan hun ‘opdracht’ heeft voldaan.

Problematiek Diana en Naomi Simons

(Bijvoeging/onderbouwing JS) Een vriendin van Diana (Saskia Seldenrijk tel: 06-13638791) neemt vanuit Nederland ook contact op met de C.A. om informatie te verkrijgen hoe zij haar vriendin in Italië kan helpen, ook zij krijgt te horen dat Diana terstond met haar kind naar Nederland moet komen en dat zij geen problemen hoeft te verwachten omdat Diana en Naomi de Nederlandse nationaliteit hebben.

In Nederland aangekomen blijkt na enige tijd dat de C.A., strijdig op haar toezeggingen en uitspraken, het Nederlandse kind Naomi naar Italië wenst terug te geleiden en dit zonder ENIG onderzoek naar waarheidsvinding.

Voor verificatie kan hieromtrent contact gelegd worden met de advocaat van Diana Simons, in deze Mr. Jacques Schoenmakers, telefoonnummer: 076-5200530

Problematiek Petra en Kirsty de Kok

Petra vlucht na meerdere mishandelingen vanuit Australië naar Nederland. Vanuit de Australische C.A. komt een verzoek tot teruggeleiding. Daar Kirsty mogelijk slachtoffer is geworden van incest verzoekt JS aan de C.A. (mw. Mr. S.A.M. Oostvogels), ter bescherming van de rechten van het kind Kirsty, een onderzoek te doen naar de incestsignalen vanuit Kirsty.

De C.A. weigert enig nader onderzoek, weigert hierbij de rechten van het kind Kirsty te erkennen, en is tot teruggeleiding overgegaan.

Werkwijze Interpol

JS informeert AT en CC erover dat er 2 LEGALE wegen zijn ter opsporing en repatriëring van ontvoerde kinderen, te weten de ‘geijkte’ weg middels de C.A. en BuZa, waarbij bekend is dat als het hier betrekking heeft op een ontvoerd kind naar een niet Verdragsland dat dit dan een doodlopende weg is.

De tweede weg is middels een wereldwijde Interpolsignalering, die pas tot stand komt nadat de hiermee belaste Officier van Justitie hiertoe de opdracht heeft doen uitgaan. De weg om dit te bewerkstelligen kan weken gaan duren (zie de zaak Yannis en Lucas Ghaddar/O.M. Alkmaar) daar een aantal O.v.J.’s niet eens bekend zijn met deze weg.

Wanneer het ontvoerde kind wederrechtelijk is overgebracht naar een “Interpolland”, dan kan middels de Interpolkanalen aan de plaatselijke vertegenwoordiger van Interpol verzocht worden om op basis van deze Interpolsignalering de ontvoerder en het kind aan te houden, waarna laatstgenoemde aan de gezagdragende ouder in Nederland overgedragen kan worden.

Het is inmiddels een bewezen feit dat Nederlandse ‘ontvoerders’ van Arabische afkomst de vluchtweg middels vliegveld Düsseldorf of Zaventhem kiezen om hiermee de controles van Schiphol te ontwijken en omdat vanaf eerder genoemde buitenlandse luchthavens zeer goedkope en directe vluchten naar de diverse Arabsiche landen vertrekken.

JS stelt ook dat het een vaststaand feit is dat er bij ‘uitgaande’ vluchten vanaf Schiphol nagenoeg geen controle is op ‘echtheid’ van buitenlandse reisdocumenten en dat er tevens geen controle plaatsvindt of de ‘vader’ toestemming heeft om MET het kind de landsgrenzen van Nederland te overschrijden.

JS stelt tevens dat er een DIRECTE signalering moet plaatsvinden van vader/ontvoerder en kind(eren) binnen de BeNeLux-landen en Duitsland zodat een vlucht middels de luchthavens van aangrenzende landen nagenoeg onmogelijk zal worden.

CC vroeg of een buitenlandse mogendheid ‘de macht’ heeft om een Internationale Interpolsignalering in te laten trekken, waarop JS kenbaar maakte dat alleen de O.v.J. die deze signalering uit heeft laten gaan, deze ook weer kan intrekken.

AT zou nader onderzoeken welke versnelde maatregelen er kunnen plaatsvinden inzake het voorkomen van het uitreizen met een onttrokken/ontvoerd kind.

Resumé

AT heeft ingezien dat er wettelijk niets is geregeld voor minderjarige Nederlandse kinderen om een ontvoering naar het buitenland te voorkomen, waarbij zij heeft toegezegd zich ‘hard’ te zullen maken om het voorstel van de stichting (invoeging 45/46 Sr. op 279 Sr.) zo snel mogelijk op de agenda van de 2e Kamer te krijgen.

Tevens zal AT, in overleg met CC en de juridische afdeling, zich gaan verdiepen in het stellen van Kamervragen aan de desbetreffende ministers (BuZa en Justitie) m.b.t. de door de stichting aangehaalde misstanden.

AT zal ook om opheldering vragen bij de C.A. en BuZa betreffende de door de stichting aangehaalde misstanden, zoals deze door vele achterblijvers en advocaten wordt ervaren.

JS heeft op verzoek van AT toegezegd de media voorlopig niet te informeren omtrent dit persoonlijk onderhoud en de conclusies hiervan.

Arnhem, 2 december 2004