DutchEnglishFrenchGerman
Kinderen zijn onze toekomst, daar moeten we zuinig op zijn

Wetboek van Strafrecht

Titel XVIII . Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 278

Hij die iemand over de grenzen van het Rijk in Europa voert, met het oogmerk om hem wederrechtelijk onder de macht van een ander te brengen of om hem in hulpeloze toestand te verplaatsen, wordt, als schuldig aan mensenroof, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 279

1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd , of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Artikel 280

1. Hij die opzettelijk een minderjarige die onttrokken is of zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergt of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Het voorgaande is niet van toepassing op hem die

a. de raad voor de kinderbescherming onverwijld de verblijfplaats van de minderjarige meedeelt; of

b. op grond van de Wet op de jeugdhulpverlening voor bekostiging in aanmerking is gebracht en handelt overeenkomstig de artikelen 25 en 26 van die wet; of

c. handelt in het kader van zorgvuldige hulpverlening aan de minderjarige.

3. Van zorgvuldige hulpverlening vormen de onverwijlde melding dat hulp wordt verleend alsmede de onverwijlde bekendmaking van de identiteit van de hulpverlener en zijn plaats van verblijf of vestiging aan degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, bestanddelen.

Artikel 281

1. Als schuldig aan schaking wordt gestraft :

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, hij die een minderjarige vrouw, zonder de wil van haar ouders of voogden doch met haar toestemming, wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, hij die een vrouw door list, geweld of bedreiging met geweld wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren.

2. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht.

3. De klacht geschiedt:

a. indien de vrouw tijdens de wegvoering minderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door iemand wiens toestemming zij tot het aangaan van een huwelijk behoeft;

b. indien zij tijdens de wegvoering meerderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door haar echtgenoot.

4. Indien de schaker met de weggevoerde een huwelijk heeft gesloten, heeft geen veroordeling plaats, dan nadat de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken.

Artikel 282

1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

4. De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving een plaats verschaft.

Artikel 282a

1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Indien het feit de dood ten gevolge heeft wordt hij gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

3. Het vierde lid van artikel 282 is toepasselijk.

Artikel 283

1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd wordt of beroofd blijft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie.

3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

an Strafrecht

Titel XVIII . Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 278

Hij die iemand over de grenzen van het Rijk in Europa voert, met het oogmerk om hem wederrechtelijk onder de macht van een ander te brengen of om hem in hulpeloze toestand te verplaatsen, wordt, als schuldig aan mensenroof, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 279

1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd , of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Artikel 280

1. Hij die opzettelijk een minderjarige die onttrokken is of zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergt of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Het voorgaande is niet van toepassing op hem die

a. de raad voor de kinderbescherming onverwijld de verblijfplaats van de minderjarige meedeelt; of

b. op grond van de Wet op de jeugdhulpverlening voor bekostiging in aanmerking is gebracht en handelt overeenkomstig de artikelen 25 en 26 van die wet; of

c. handelt in het kader van zorgvuldige hulpverlening aan de minderjarige.

3. Van zorgvuldige hulpverlening vormen de onverwijlde melding dat hulp wordt verleend alsmede de onverwijlde bekendmaking van de identiteit van de hulpverlener en zijn plaats van verblijf of vestiging aan degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, bestanddelen.

Artikel 281

1. Als schuldig aan schaking wordt gestraft :

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, hij die een minderjarige vrouw, zonder de wil van haar ouders of voogden doch met haar toestemming, wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, hij die een vrouw door list, geweld of bedreiging met geweld wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren.